Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

badjakker - (schelm, schurk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

patjakker zn. (NN) ‘schelm, schurk’
Nnl. patjakker “fielt, schurk, patser” [1896; Stoett 1925], badjakker “straatvlegel” [1905; Stoett 1925], “deugniet, schelm” [1906; Boeventaal].
Ontleend aan Javaans badjag en Maleis badjak (toenmalige spelling) ‘zeeroover’, met toevoeging van het achtervoegsel -er (zie → -aar), dat veel voorkomt in persoonsaanduidingen.
Men verbindt dit woord ook wel met West-Vlaams patjakken, Oost-Vlaams patsakken ‘hinken’, een afleiding van een klankexpressief werkwoord tjakken ‘strompelen’ (NEW), waarbij ook Oost-Vlaams patsak ‘lamlendige kerel’, patsakkel, patjakker ‘klein mismaakt mens’ (Debrabandere 2005). Door WNT en Stoett wordt dit verband terecht afgekeurd, aangezien de genoemde Vlaamse woorden geografisch beperkt zijn en de betekenissen niet goed overeenkomen met die van het NN woord.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

badjakker [liederlijke vent] {1926-1950} < maleis bajak [rover].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

badjakker (Maleis badjak)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal