Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baddoek - (badhanddoek)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bad’doek (de, en), badhanddoek. In een hoek van de kamer liggen vuile vochtige baddoeken, achteloos neergegooid als dikke proppen (Vianen 1971: 65). - Etym.: Oudste vindpl. Spalberg 1899; 1979: 31. In AN veroud. Vgl. E bath-towel = id. - Zie ook: handdoek*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

baddoek ‘badhanddoek’ -> Surinaams-Javaans badhuk ‘badhanddoek’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal