Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bacterie - (eencellig organisme)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bacterie zn. ‘eencellig organisme’
Nnl. Bacterium ‘klein organisme’ [1868; WNT Aanv.], bactérium (ev.), bacteriën (mv.) “een draadvormige soort van infusie-diertjes” [1886; Kramers].
Ontleend aan Neolatijn bacterium [1838] < Grieks baktḗrion ‘kleine stok, kleine staf’, verkleinwoord bij baktēríā ‘stok, staaf’; zie ook → bacil.
De gelatiniseerde wetenschappelijke term is bedacht door de Duitse onderzoeker Christian Gottfried Ehrenberg (1795-1876). In 1683 werden bacteriën voor het eerst waargenomen door Antonie van Leeuwenhoek, die deze echter alleen met “levende dierkens” omschreef; toen er in de 19e eeuw op grotere schaal onderzoek naar werd gedaan, werd het organisme bacterium genoemd naar de uiterlijke, staafachtige vorm.
Lit.: Mesotten 1996, 387

EWN: bacterie zn. 'eencellig organisme' (1868)
ANTEDATERING: bacteriën [1856; Duparc, 34]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bacterie [eencellig organisme] {1886} door de Duitse onderzoeker Christian Gottfried Ehrenberg (1795-1876) afgeleid van grieks baktèrion, baktèriabacil.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bakterie s.nw.
Enigeen van 'n groot groep eensellige, mikroskopiese organismes wat infeksies en besmetlike siektes veroorsaak.
Uit Ndl. bacterie (1886).
Ndl. bacterie is 'n afleiding van Grieks bakterion 'stok' deur die D. ondersoeker Christian Gottfried Ehrenberg (1795 - 1876) en word so genoem n.a.v. die staafvorm van hierdie organismes.
D. Bakterie (19de eeu), Eng. bacterium (1847 - 1849), Fr. bactérie.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bacterie ‘eencellig organisme’ -> Indonesisch baktéri ‘eencellig organisme’; Surinaams-Javaans dialect baktéri ‘vuil, vuilnis; eencellige organismen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bacterie eencellig organisme 1868 [Aanv WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut