Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

babok - (lomperd)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

babok [lomperd] {1617} mogelijk < portugees baboca [idem], klanknabootsend gevormd, net als babbelen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

babok m., uit Port. baboca + Sp. babieca = lomperd; wellicht van denz. oorspr. als babben, babbelen.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

babok: zeventiende-eeuws scheldwoord voor een lomperd of domoor. Terug te vinden in het werk van Hooft en Bilderdijk. Thans verouderd. Het WNT vermoedt een ontlening aan het Portugees, waar baboca in deze zin voorkomt. Het werkwoord babokken betekende: ‘als een domoor behandelen’.

…dat ik aan zulk een babok een letter schryven zou. (Justus van Effen, De Hollandsche Spectator, 16/05/1932)
Sergeant, breng dien babok naar de bagagië, en consigneer hem een broodwagen. (Onno Zwier van Haren, Pietje en Agnietje, of de doos van Pandora, 1954)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut