Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baba - (zuigeling, klein kind)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

baba s.nw. Ook babatjie en babetjie.
Baie jong kindjie.
Uit Maleis baba of miskien Eng. baby (1377). Eerste optekening in Afr. by Leibbrandt (1882).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

baba’ (de, -’s), respectabele Hindostaanse* heer (ook als (aanspreek)titel). De conciërge, een zekere Baba Tadja Panday, een magere korte grijze man van in de zeventig, was behalve conciërge ook nog pandit* en politiek adviseur van de regerende Hindostaanse* partij (Vianen 1971: 79). - Etym.: H.
— : ba’ba dragen (droeg, heeft gedragen), (gebr. door niet-Hindostanen) dhoti* en kurta* dragen, bij uitbr. gekleed zijn als een Hindostaan*. - Etym.: Van baba* (NB echter de klemtoon); oudere Hindostaanse* heren gaan vaak aldus gekleed. S ‘tjari baba’ = lett. id.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut