Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baanderheer - (die het recht had mannen onder zijn banier te voeren)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

baanderheer [die het recht had mannen onder zijn banier te voeren] {banierheer [die het recht heeft zijn eigen banier te voeren, vervolgens ook: een groot heer] 1500} het eerste lid is ontstaan uit banierbanjer.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

baanderheer znw. m., ‘edele, die onder zijn eigen vaandel optrekt’, mnl. banerhere. Het eerste deel is met inlassing van d uit mnl. banner(e), een bijvorm van ban(n)iere (zie: banier).

FW 25 meent, dat dit woord baanderheer uit het duits overgenomen is; het komt in het mnl. zelden voor, daarvoor echter baenrotse baenrets(e), met vele nevenvormen < pikard. banerech, naast fra. banerez, afgeleid van banière.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

baanderheer (edele, die onder zijn eigen vaandel optrekt), mnl. (zelden) bānerhêre m., Kil. ban(d)erheer. De d is tussenen n en r ingevoegd evenals in donder e. dgl. Een samenst. van mnl. banner(e), een bijvorm van ban(n)iere v. en heer I, evenals hd. bannerherr m. “baanderheer” (laat mhd. banyrhërre m. “vexillifer”), mnd. bannerhêre m. “id.”. Mnl. baniere, banner(e), nnl. banier is evenals mhd. banier(e) v. (o.), laat-mhd. ook banner (nhd. banner, panier), mnd. banner(e), bannîr “banier” ontleend uit ofr. ban(n)iere “id.”. Dit rom. woord (it. bandiera, spa. bandera, mlat. banderia) komt van mlat.-langob. bandum “vaandel, banier”, een ospr. germ. woord, vgl. got. bandwa, -o v. “teeken”, dat met gr. phaínō (zie hierover boenen) kan samenhangen. Ban(d)erheer is, wsch. onder duitschen (ndd.) invloed, in de plaats gekomen voor mnl., vooral brab.-vla. baenrets(e), baenro(o)ts(e), baenrits(e), baenruts(e), baenraets(e) m., die deels phonetisch uit ofr. (pic.) banerech (= centraalfr. banerez, -es; later -et) te verklaren zijn, deels na hun overname in het Ndl. volksetymologische veranderingen hebben ondergaan. Dit fr. woord is een afl. met -ez (lat. acc. -icium) van ofr. baniere. Uit ban(d)erheer is ook ndl. banjer ontstaan.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

baanderheer m., met epenth. d tusschen n en r en volksetym. vervorming der laatste silbe, uit Mlat. banneretus (Ofra. en Eng. banneret), een afleid. van bannier (z.d.w.).

baanrots m., evenals baanderheer (z.d.w.) vervormd uit Mlat. banneretus.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

baaierheer, zn.: zeer deftig, prachtig geklede man. Uit Ndl. banjerheer < baanderheer < Mnl. banerhere ‘heer van wie de leenmannen onder zijn banier strijden’.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

banjerheer: druktemaker, opschepper. Ook wel baanderheer. Eigenlijk: een edele die het recht had om zijn mannen onder zijn banier ten strijde te voeren. Bij Harrebomée lezen we: ‘Hij stapt als een banjer- (of: baander-) heer.’

Mij geheugt, dat de stalmeester van den admiraal een banjer heer was, die niet gedoogd zoude hebben… maar laat dat ter zijde – den naam zou ik weten. (A.L.G. Bosboom-Toussaint, De graaf van Leycester in Nederland, 1845-1846)
Als jij, Piekhaar, nou zo’n branie ben, waarom ga je dan niet naar je vaar, die banjerheer met z’n dure stoep! (Willem van Iependaal, Polletje Piekhaar, 1935)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Baanderheer (oudtijds banerheer) was een edelman, die zijn eigen baan of banier (z. d. w.) mocht voeren, een zeer voornaam heer dus; vandaar nog een banjerheer, een banjer. In ’t Middeleeuwsch Lat. luidde het banneretus, waaruit baanrootse en baanrots ontstonden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal