Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baanbreker - (wegbereider)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

baanbreker [wegbereider] {1858-1873} < hoogduits Bahnbrecher [iem. die een weg aanlegt in rotsachtig terrein].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

baanbreker s.nw.
1. Voorloper, wegbereider, pionier op een of ander gebied. 2. Persoon wat die pad oopmaak of aanlê.
In bet. 1 uit Ndl. baanbreker (1858 - 1873). Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel.
D. Bahnbrecher.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

baanbreker ‘wegbereider’ -> Fries baanbrekker ‘wegbereider’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

baanbreker wegbereider 1858-1873 [WNT baan] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut