Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baanbreken - (nieuwe wegen openen)

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

127. Baanbreken.

Volgens het Ndl. Wdb. II, 809 is deze uitdr. minder een vertaling dan wel eene bijna gedachtelooze verhollandsching van de duitsche spreekwijze Bahn brechen (vgl. fr. frayer le chemin). Het znw. ‘baan’ wil hier eig. zeggen een weg, dien men gebaand heeft door een rotsachtige landstreek, die tot nu toe ontoegankelijk was; men heeft rotsen en andere hindernissen weggebroken en is er zoo in geslaagd een doortocht te verkrijgen. Vandaar bij overdracht op het terrein der wetenschap of op maatschappelijk gebied: nieuwe wegen openen, waarlangs anderen kunnen volgen; hij, die dit doet, wordt een baanbreker (hd. Bahnbrecher) genoemd. Zie ook Ndl. Wdb. III, 1250.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut