Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baaierd - (chaos)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

baaierd zn. ‘ongevormde elementen; chaos’
Vnnl. bajert ‘chaos waaruit alles is voortgekomen’ [1625; WNT], bayert ‘warboel’ [1638; WNT].
Herkomst onzeker. Mogelijk een jongere betekenisontwikkeling van beyert ‘ziekenzaal, (gemeenschappelijke eetzaal in) passantenhuis’ [1550; MNHWS], bajert [1625; WNT], “dat dan de betekenis ‘warboel’ zou gekregen hebben” (Toll.), zoals ook in Fries beierboel ‘rommel, wanordelijke boel’. De Vroegnieuwnederlandse vormen beyert en aanverwante worden in verband gebracht met Middelfrans bayart ‘herberg’ [15e eeuw] en met het Franse werkwoord bayer ‘geopend zijn’, zie → baai 1.

EWN: baaierd zn. 'ongevormde elementen; chaos' (1625)
ANTEDATERING: bayert 'warboel' [ca. 1612; iWNT] (1638)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

baaierd2 [chaos] {1605-1616} mogelijk identiek met baaierd1 [asiel], vgl. fries beyerboel [wanordelijke boel], dan op grond van de in passantenhuizen heersende toestanden, maar wellicht heeft (oud)frans bâiller [openstaan, gapen] eveneens een rol gespeeld.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

baaierd znw. m., ‘chaos, verwarring’, eerst sedert de 17de eeuw, ook in de vorm beyert; vooral bij holl. schrijvers. De herkomst is onbekend.

FW 24 denkt aan oudnnl. baaierd, beiaard ‘passantenhuis, asyl’, mnl. beiaert ‘ziekenzaal, passantenhuis’. Daar de toestanden in zulk een asyl menigmaal chaotisch geweest zullen zijn, kon men de chaos spottend zo genoemd hebben; vgl. fri. beijer ‘asyl’, naast beijerboel ‘wanordelijke boel’. Maar ook dit woord is niet doorzichtig. — NWT zoekt verband met fra. bayer ‘open staan, gapen’ hetgeen naar de betekenis goed past; maar in het frans bestaat geen daarvan afgeleid bayart in de zin van chaos; dan is het niet waarschijnlijk, dat in het ndl. een woord voor chaos van een frans ww. zou zijn afgeleid.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

baaierd (chaos, verwarring), sedert de 17e eeuw, ook in den vorm beyert; blijkbaar vooral bij holl. schrijvers. Het woord hoorde dus misschien ospr. in de holl.-fri. diall. thuis. Of is ʼt identisch met oud-nndl. baaierd, beiaard (niet alleen holl.-fri.!) “passantenhuis, asyl”, mnl. bei(a)er(t) m. “ziekenzaal, eetzaal in een ziekenhuis, passantenhuis”? Voor de bet. vgl. dan fri. beijer “asyl”: beijerboel “rommel, wanordelijke boel” (Hardegarijp), beijerts libben “geweldig lawaai”, gron. ʼt is al in de baiert “in de war, in wanorde”. De bet. “chaos” is dan secundair. Of kunnen er wellicht twee woorden door elkaar geloopen zijn, een algemeen-ndl. = “asyl” en een fri.-holl. = “verwarde boel”? De etymologie van dit tweede nomen is echter duister; de -t, -d kan secundair zijn, vgl. -aard II. Baaierd “asyl” wordt wel van ofr. bayart “id.” afgeleid (onzeker).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

baaierd 1 m. (chaos, warboel), uit Fr. *bayard, (Waalsch baiâ = bergkloof, mestvaalt), van bayer = gapen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

baaierd s.nw.
1. Verwarring, warboel. 2. Gapende ruimte, ongevormde massa of chaos waaruit die wêreld sou ontstaan het.
Uit Ndl. baaierd (1619 in bet. 1, 1625 in bet. 2).
Die herkoms van Ndl. baaierd is onseker.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

baaierd chaos 1605-1616 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut