Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

azijn - (zure vloeistof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

azijn zn. ‘zure vloeistof’
Mnl. asyene [1285; CG I, 1021], aesine, aisijne [1287; CG II, Nat.Bl.D]; vnnl. azijn [1532; WNT]. Naast de vormen met -n komen ook vormen met oorspr. -l voor: aisijl, aisel, eisel, eijsel [alle 15e eeuw; MNW]; West-Vlaams azijl.
Ontleend aan Oudfrans aisil [ca. 1120; Rey] < Latijn acētulum of acētillum, verkleinwoord van acētum ‘wijnazijn’, dat is afgeleid van òf het werkwoord acēre ‘zuur zijn’, òf van het bn. acidus ‘zuur, scherp’; beide in elk geval met dezelfde wortel als in cer ‘scherp’, zie verder bij → eg. (Ook Grieks óxos ‘wijnazijn’ bij oxús ‘scherp’).
Ook in het Oudengels nog een vorm met -l: eisel. Het Latijnse woord acētum werd rechtstreeks ontleend in: os. ecid; oe. eced; got. akeit (waaruit Oudkerkslavisch ocĭtŭ). In het Zwitsers-Duits bestaat nog de vorm achiss.
Azijn is in de plaats gekomen van het oudere → edik, dat overgenomen is uit een vulgair-Latijnse metathesevorm *atecum van acetum.
Lit.: Frings 1966, 66, 176; Frings 1968, 83-85; Weijnen 1975, 189-200

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

azijn [vloeistof uit azijnzuur en water] {aisijn 1285-1286} < oudfrans aisin < latijn acetum [idem], van acēre [zuur zijn]; daarnaast edik, middelnederlands edic, etic, door metathesis < acetum (de c werd als k gesproken, vgl. gotisch akeit(s) [azijn]).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

azijn znw. m., mnl. aisijn, naast aisijl, aisil < ofra. aisil, aisin, dat met een onverklaarde uitgang gevormd is < lat. acētum, vgl. spa. acedo, port. azedo. Afl. van lat. acidus ‘zuur’, acer ‘scherp’ (vgl. gr. óchos ‘wijn-azijn’ bij ochús ‘scherp’).

Lat. acētum werd rechtstreeks ontleend in got. akeit, os. ekid, oe. eced, vgl. nog zwits. achiss, echiss. — Daarnaast stond in het vulg. lat. een metathesisvorm *atēcum, overgenomen als mnl. os. on. edik, mnd. etik, ettik, ohd. ezzih (nhd. essig), dus voor de hd. klankverschuiving. — Voor de talrijke dialectische vormen zie L. v. d. Kerckhove LBijdr. 39, 1949, 114-124.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

azijn znw. Uit mnl. aisijn (naast aisijl, aisel) m. Voor ndl. a uit ai vòòr den toon vgl. fazant, fantasie. Dit woord is evenals ags. aisîl (eng. eisel) uit ofr. aisil, aisin ontleend, dat vermoedelijk (hoewel niet zuiver klankwettig) op lat. acêtum “wijnazijn” teruggaat. In verschillende ndl. dialecten komt voor “azijn” ʼt woord eek, edik = mnl. ēdic voor. Dit woord is algemeen germaansch en reeds vroeg, wsch. in denzelfden tijd als wijn, uit lat. acêtum resp. rom. *acêdu ontleend. De grootendeels belangrijk veranderde germ. vormen kunnen formeel in de vlg. groepen gerangschikt worden: 1. got. akeit o., minder wsch. akeits m. (waaruit obg. ocĭtŭ), zwits. achiss, echiss; 2. ohd. eʒʒī̌h (hh) m. (nhd. essig), mnd. ētik m., Kil. etick; dezelfde vorm resp. ettik in Twente en een deel van Drente en Groningen; 3. os. ekid m. of o., ags. eced m. en o.; 4. mnl. ēdic m. Voor de behandeling van de lat.-rom. vgl. munt I. De ngerm. vormen, on. edik o., ozw. ättikia, zw. ättika, de. eddike, edik zijn uit zuidelijker germ. dialecten ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

azijn m., Mnl. aisijn, aisil, gelijk Ags. aisil (Eng. eisel), uit Ofra. aisil, aisin, dimin. afleid. van Lat. acetum = azijn (z. edik).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

azien (zn.) azijn; Vreugmiddelnederlands asyene <1285> < Latien acetum.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

arzijn, zn.: azijn. Het woord azijn met epenthetische r, vgl. kornijn < konijn.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

arzijn zn. m.: azijn. Met r-epenthesis < azijn < Ofr. aisin < Lat. acetum.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

azijl (ZO), zn. m.: azijn. Mnl. aisijl. 1736 sala mé oli van de live en asil, Kortrijk (De Bo). Oe. aisil, Ofr. aisil naast aisin < Lat. acinum 'druif'. - Bibl.: L. Van De Kerckhove, De namen van de azijn in de Zuidnederlandse dialecten. Leuv. Bijdr. 39 (1949), 114-123.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

azijl, zn. m., nu wel helemaal verdrongen door azijn. 1736 sala mé oli van de live en asil ‘sla met olijfolie en azijn’, Kortrijk (DB). Mnl. aisijl, Oe. aisil, Ofr. aisil naast aisin < Lat. acinum ‘druif’. - Lit.: L. van de Kerckhove, De namen van de azijn in de Zuidnederlandse dialecten. Leuv. Bijdr. 39 (1949), 114-123.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

azijn (Oudfrans aisin)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Azijn komt van ’t Ofr. aisain, en dit van ’t Lat. acere, d.i. bijtend of zuur zijn. Hiervan bestond een Lat. vorm acetum = wijnazijn, dat vermoedelijk een wisselvorm atecum had, en hiervan werd in het Nederduitsch etik gevormd, dat in onze taal als edik overging. (Op de Veluwe spreekt men niet van azijn, maar nog steeds van eek = edik; vgl. Vondel: „Gebruijkt er eek en peper toe”.)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

azijn ‘vloeistof uit azijnzuur en water’ -> Duits dialect Asien, Asihn ‘vloeistoef uit azijnzuur en water’; Gã asin ‘vloeistof uit azijnzuur en water’; Noord-Sotho asene ‘vloeistof uit azijnzuur en water’ ; Tswana asêine ‘vloeistof uit azijnzuur en water’ ; Xhosa asine ‘vloeistof uit azijnzuur en water’ ; Zuid-Sotho asene ‘vloeistof uit azijnzuur en water’ ; Negerhollands assin, azin, asien ‘vloeistof uit azijnzuur en water’; Sranantongo asin ‘vloeistof uit azijnzuur en water’; Sarnami ásin ‘vloeistof uit azijnzuur en water’; Surinaams-Javaans asèn ‘vloeistof uit azijnzuur en water; op azijn’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

azijn vloeistof uit azijnzuur en water 1285-1286 [CG I1, 1153] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut