Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

azen - (gretig verlangen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aas 1 zn. ‘lokspijs’
Mnl. aes ‘spijs, voedsel; prooi; lokspijs’ bijv. in sijn aes moet sijn uersch ende leuende ‘zijn prooi moet vers en levendig zijn’ [1287; CG II, Nat.Bl.D].
Mnd. as ‘voer (van dieren)’; mhd. ās ‘kreng’ (nhd. Aas); ofri. ēs [1491] (nfri. ies, aas); oe. ǣs ‘voedsel’; < pgm. *ēsa-. Naast aas bestaat in alle Germaanse talen nog een tweede vorm: onl. āt ‘voedsel’ [10e eeuw; W.Ps.] (nu alleen nog dialectisch aat ‘spijs’); os. āt; mhd. āz (nhd. äsen (werkwoord) ‘grazen’); ofri. ēt; oe. ǣt; on. át; < pgm. *ēta- ‘voedsel’. Daarnaast staan de werkwoorden: mnd. asen ‘voeden’; nhd. äsen ‘grazen, weiden’; Oost-Fries esen ‘voeden, eten, voedsel zoeken’.
Pgm. *ēsa- kan teruggaan op twee pie. vormen: *ēd-to- en *ēd-so-, die beide bij de wortel pie. *h1ed- ‘eten’ behoren. Omdat *-to een veelvoorkomend achtervoegsel is voor primaire afleidingen bij werkwoorden, kan *ēd-to- als een duidelijke vorming worden beschouwd. Deze verdient dan ook de voorkeur boven *ēd-so- als basis voor pgm. *ēsa-. De lange ē in de gereconstrueerde pie. vormen is echter opvallend en zou wel eens specifiek Germaans kunnen zijn (reduplicatie van *h1ed-?). Enkele pie. verwanten vertonen soms ook ē, maar die heeft vaak een andere oorsprong (bijv. het verl.deelw. Latijn ēsus (< ed-tos volgens een intern Latijnse klankwet) en Iers eisse (< *ed-tios) ‘gegeten’). Daarnaast vindt men ook pie. *ed-s- in bijv. Latijn ēsca ‘voedsel’; Litouws ėskā ‘voedsel, lokaas’. Wel bestaat Sanskrit ādyá- ‘eetbaar’ < , maar dit is een vrddhi-afleiding.
Aanvankelijk betekent aas ‘eten in het algemeen’, zoals in dat is aen den Mensch een nut en voetsaem aes ‘dat is voor de mens nuttig en voedzaam eten’ [1658; WNT], later ‘voedsel voor dieren (in het wild)’ en ‘lokspijs’. Mede onder Duitse invloed komt ook wel eens de betekenis ‘kreng’ voor.
azen ww. ‘aas geven, voeren; belust zijn (op)’. Mnl. hi aset ‘hij voedt zich’ [1287; CG II, Nat.Bl.D], azen ‘met aas vissen’ [15e eeuw; WNT]; nnl. azen op ‘belust zijn op, gretig tot zich nemen’ [1805; WNT].
Lit.: R. Bremmer ‘Dutch and/or Frisian: North Sea Germanic aspects in Dutch etymological dictionaries in past and future’, in: Bremmer e.a. 1993, 17-36, hier 29; Beitr.Ae. 15

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

azen* [aas geven, voeden] {asen [voeden, vreten, op voedsel uitgaan (van dieren)] 1287} van aas1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

azen ww., mnl. āsen, zich voeden, voeden, tot voedsel geven, van lokaas voorzien,’ mnd. āsen ‘voeden’, oostfri. ēsen ‘voeden, eten, voedsel zoeken’. — Afgeleid van aas 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

azen ww., mnl. âsen “zich voeden, voeden, als voedsel geven, zwelgen, van lokaas voorzien”. Van aas I. Vgl. mnd. âsen “voeden”, oostfri. êsen “voeden, eten, voedsel zoeken”.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

azen* gretig verlangen 1727 [WNT azen I]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut