Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

awara - (palm met stekels (Astrocaryum vulgare); oranjegele vruchten van die palm)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

awa’ra (de, -’s), 1. sterk gestekelde palm met oranjegele of oranje vruchten (Astrocaryum vulgare, Palmenfamilie*). Het vlechtmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit gespleten bast van warimbo* (), bepaalde al of niet gespleten lianen en de nog niet ontplooide bladeren (‘tongen’*) van bepaalde palmsoorten als de awara (Enc.Sur. 640). - 2. vrucht van deze palm. Ze kwam terug met een jutetas* vol zoetgeurende awarra’s en maripa’s* die hij van haar overnam (Vianen 1972:110). - Etym.: Ar., K en S. Oudste vindpl. van 1 Van Aerssen v.S. 1686 (Awari; zie Brinkman). - Syn. van 1 awaraboom*, awarapalm (Helman 1964: 85).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut