Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

avondmaal - (avondeten)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

avondmaal s.nw. Ook awendmaal.
Nagmaal, veral met verwysing na die Laaste Avondmaal, m.a.w. Christus se laaste aandete saam met sy dissipels.
Uit Ndl. avondmaal (Mnl. avondmael 'aandete', ongeveer 1510 in die bet. 'eucharistie', 1567 in die bet. 'Laaste Avondmaal').
Vgl. aand.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Avondmaal, vaak het laatste avondmaal: de maaltijd die Jezus met zijn discipelen nuttigde de avond voor zijn kruisdood; (fig.) afbeelding hiervan; (fig.) laatste maaltijd voor een ingrijpende gebeurtenis.
(Heilig) avondmaal, avondmaal des Heren, sacrament in de christelijke kerken, waarbij men de laatste maaltijd van Jezus gedenkt en waarbij men brood eet en wijn drinkt.

In de nacht voor zijn sterven gebruikte Jezus een laatste maaltijd met zijn twaalf discipelen. Aan het brood dat men at en de wijn die men dronk werd door Jezus een bijzondere symbolische betekenis gehecht en de maaltijd werd dan ook ingesteld als een van de rituele gebruiken in de christelijke kerk: 'Comt herwaerts, ende vergadert u tot het avontmael des grooten Godts' (Openbaring 19:17 in de woorden van de Statenvertaling, 1637).
Het woord avondmaal komt in de NBG-vertaling en de NBV niet voor, en wordt in de algemene taal doorgaans ook alleen in verband met de eredienst gebruikt. Buiten de kerk zegt men meestal avondeten of avondmaaltijd, woorden die geen associatie met het sacrament oproepen. In de rooms-katholieke kerk spreekt men overigens van eucharistie.

Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 230, 6-9. Al wiste hi wale dat hem de vader alle dinc hadde gegheuen in sire ghewout ende dat [hi] van Gods haluen comen was ende dat hi oc te Gode wert weder voer, nochtan so stont hi op van din auont male ende ontcleedde hem.
Liesveldtbijbel (1526), Lucas 22:20. Ende hi nam dat broodt, dancte ende brac ende gaeft hen ende sprac dat is mijn lichaem dat voor v gegheuen wert, Dat doet tot mijnder gedachtenisse. Des gelijcs, oock den kelc na dien si dauontmael geten hadden ende sprac, Dat is den kelc dat nieuwe testament in minen bloede, dat voor v wt gestort wert. (Zo ook in de Statenvertaling, 1637.)
Opgaan naar het avondmaal betekent openlijk belijdenis doen van geloof. (Prot. Kerkbouw, 1946, p. 238; WNT, Supplement, 2247)
De huiveringwekkende preutsheid van het heilig avondmaal waarbij men, gezeten aan een lange tafel, de rondgaande wijnbeker steeds keurig een kwartslag draaide. (NRC, nov. 1994)
En zo kwam dan al snel, veel te snel, de laatste avond. Wat wil je, had Arthur gevraagd, wil je weer eens in Ouderkerk eten, zoals toen, of ergens anders? Maar Agnes wilde liever thuisblijven, ze wilde het Laatste Avondmaal thuis vieren, zei ze en of dat mocht, mag dat Arthur, alsjeblieft, gewoon thuis, bij mij? (P. van Straaten, Die Agnes, 1990, p. 155-156)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

avondmaal ‘avondeten’ -> Negerhollands avondmaal ‘avondeten’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut