Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aveling - (berm of strook land aan de binnenzijde langs de dijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aveling zn. ‘berm of strook land aan de binnenzijde langs de dijk’
Mnl. avelinghen (verbogen vorm) [1334; MNW]; volgens De Vries (1882) ook al eerder anclinghe [1330] (naast auelinghe in een jonger afschrift), met een kopieerfout ue > nc.
Afleiding met → -ing van een niet geattesteerd woord onl. *avel ‘kracht’ of onl. *avelen ‘versterken’.
De afleiding komt in de andere Germaanse talen niet voor, maar wel het grondwoord: ohd. afalōn, avalōn ‘kracht betonen, zich inspannen’; oe. abal, afol ‘kracht, sterkte’; on. afl; < pgm. *ab(a)la- ‘sterkte, kracht’.
Hierbij hoort Grieks eu-ēpelḗs ‘krachtig’ (met eu- ‘goed’); bij de wortel pie. *apelo- ‘kracht’.
Lit.: M. de Vries (1882) ‘Middelnederlandsche mengelingen’, in: TNTL 2, 132-143

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aveling* [grond langs dijk die voor de stevigheid van de dijk niet aangetast mag worden] {1334} vgl. oudnoors afl [kracht, sterkte].

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut