Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aveelzaad - (keukenraapzaad (Brassica rapa))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aveelzaad zn. ‘keukenraapzaad (Brassica rapa)’
Mnl. aveel ‘winterraapzaad’ [1468; MNHWS]; vnnl. naveel ‘raap, knol’ [1588; Kil.], pas later in de samenstelling aveelsat [1671; WNT Supp.]; nnl. aveelzaad [1854; WNT Supp.].
Samenstelling met een tweede lid → zaad. Het eerste is in de spreektaal ontstaan door verkeerde woordscheiding van 'n naveel (met onbepaald lidwoord, zie ook → arrenslee). Naveel is ontleend aan Frans naviel [1288], een verkleinwoord van Oudfrans nef ‘plant, knol’ [ca. 1174; Rey] (in het Nieuwfrans alleen nog navet met een ander verkleiningsachtervoegsel). Dit woord nef is ontwikkeld uit Latijn nāpus ‘knol, koolzaad’; in andere Romaanse talen is dit Latijnse woord wel bewaard gebleven, bijv. Italiaans napo, Spaans nabo.
Met het woord aveelzaad werd zowel de plant zelf aangeduid als de zaden van deze plant, die vanwege hun oliehoudendheid de reden zijn waarom deze koolsoort wordt geteeld. Tegenwoordig is de benaming keukenraap gebruikelijker.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aveelzaad [raapzaad] {aveel [aveelzaad] 1468, naveel 1599, aveelzaad 1671} < frans navel (modern navet) [raap, knol] < latijn napus [knol, koolzaad]; een verbastering is voorts graveelzaad.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

aveelzaad o., met aphaerese der n voor naveelzaad; het 1ste deel der samenst. is uit Ofra. navel nevens navet, beide dimin. van Lat. napus, uit Gr. nãpu = mostaardzaad, waarnevens sínapi (hieruit Hgd. senf): een Egypt. woord.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aveelzaad ‘raapzaad’ -> Duits dialect Aweel, Aweelsaat ‘raapzaad’; Deens avel ‘raapzaad’ (uit Nederlands of Duits); Zweeds avel ‘raapzaad’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut