Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

avance - (toenadering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

avance zn. ‘toenadering’
Vnnl. advance ‘winst’ [1617; WNT Supp.], auance ‘id.’ [1622; WNT]; ook in andere betekenissen, bijv. ‘toeslag; koersstijging; voorschot’, samen te vatten met ‘financieel voordeel’, maar alle verouderd. Nu vooral: ‘toenadering, poging tot toenadering’, en dan alleen in het meervoud avances [1784; WNT Supp.].
Ontleend aan Frans avance, in de betekenis ‘winst’ vanaf 1478 [Rey], en in de persoonlijke relatiesfeer als faires des avances ‘avances maken’ vanaf 1622 [Rey], afleiding van het werkwoord avancer, oorspr. ‘voortgang boeken’, ontwikkeld uit vulgair Latijn *abantiare, afleiding van Laatlatijn abante ‘vooraan, voor’, een met → ab- versterkte vorm van ante ‘voor’, zie → anti-. In de oudere vindplaatsen soms geschreven met een pseudo-etymologische -d- van → ad-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

avance [winst, voorschot] {1609; de betekenis ‘koersstijging’ 1899} < frans avance < latijn abante [van voor … weg, voor, van tevoren], versterkte vorm van ante [voor].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

avezaans, zn.: vooruitgang, promotie. Met leensuffix ­-ans, naar analogie van Fr. avance, afgeleid van aveceren (zie i.v.) uit Fr. avancer ‘promotie maken’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

avans zn.: vooruitgang, baat. Uitdr. avans maken ‘voortmaken, opschieten’, da’s geen avans ‘zo gaat het niet, dat helpt je niet vooruit’, ook ‘dat is geen manier van doen, zo hoort het niet’. Wvl. avanse, ’t en es geen avanse ‘het baat niet’. Fr. avance ‘opmars, voorsprong’ < ww. avancer ‘vooruitkomen’ < volkslat. abantiâre < abante, waaruit Fr. avant ‘voor, vooruit’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

avance (Frans avance)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

avance toenaderingspoging 1784 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut