Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

automaat - (soort machine)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

automaat zn. ‘soort machine’
Nnl. automaat ‘zelfbewegende machine’ [1813; WNT Supp.]. Eerder alleen in Griekse vorm: automata (als gesubstantiveerd onzijdig meervoud) [1552; WNT Supp.], automaton “zelfbeweeghsel, zelfroersel” [1558; Meijer]; of in gelatiniseerde vorm automatum [1769; WNT Supp.].
Ontleend aan het gesubstantiveerde Griekse bn. autómatos, maar in de huidige vorm beïnvloed door Frans automate [1532; Rey] en/of Duits Automat [18e eeuw; Pfeifer]. Het Griekse woord is gevormd uit autós (zie → auto-) en -matos ‘gedreven’.
Het Griekse element -matos is ontwikkeld uit pie. *-mn-tos, en bevat de nultrap van de wortel *men-, zoals die bijv. voorkomt in Grieks mémonenai ‘denken, streven’ en Grieks ménos ‘geest, drang’, en waaruit ook → manen 2.
De Grieken gebruikten dit woord al voor dingen die vanzelf bewegen, zonder toedoen van de mens (al of niet schijnbaar). In het Latijn ontstond de concrete betekenis ‘zelfbewegende machine’. Het is deze betekenis, die ook in de ontlenende talen het oudst is, bijv. met betrekking tot horloges en klokken, of tot imitaties van mensen of dieren met ingebouwde mechanieken die voor bewegingen zorgen, of tot speelgoed. De eerste automaten die tegen geldinworp snoep en prullaria verkochten, verschenen aan het begin van de 20e eeuw in speeltuinen (Nierop 1976). Nu kan van alles uit automaten worden verkocht en is dit de enige betekenis van het woord. Een recente ontwikkeling is het ontstaan van een nieuw pseudo-achtervoegsel -omaat. Wellicht is giromaat (merknaam, zie → giro) uit 1982, gevolgd door bankomaat, hier het eerste voorbeeld van. In andere voorbeelden worden vooralsnog veelal streepjes geschreven, bijv. brood-o-maat ‘verkoopautomaat voor broden’.
automatisch bn. ‘zelfwerkend, onwillekeurig’. Nnl. automatisch “zelfbewegelijk” [1847; Kramers], automatische bewegingen ‘onwillekeurige bewegingen (van personen)’ [1855; WNT Supp.]. Afleiding met → -isch naar het model van Duits automatisch [18e eeuw; Pfeifer]. ♦ automatiseren ww. ‘automatisch maken’. Nnl. in bijv. geautomatiseerde telefoonnetten [1941; WNT Supp.], eerder al als zn. automatiseering [1940; WNT Supp.]. Afleiding met → -eren naar het model van Duits automatisieren [begin 20e eeuw; Pfeifer]. ♦ automatiek zn. ‘winkel met voedselautomaten’. Nnl. automatiek ‘id.’ [1937; Verschueren], eerder al, maar nu verouderd ‘automatische inrichting’ [1934; WNT Supp.]. Substantivering van het bn. automatique ‘zelfbewegend, zelfwerkend’ [1895; Broeckaert] (vervangen door automatisch) < Frans automatique ‘automatisch’ [eind 18e eeuw]. De automatiek zoals die nu bekend is uit snackbars werd pas in de 20e eeuw uitgevonden en nam in de jaren 1930 een grote vlucht.

EWN: automaat zn. 'soort machine' (1813)
ANTEDATERING: "Automaten", of zig zelven beweegende Werktuigen [1767; Unzer 2, 143]
EWN: ♦ automatisch bn. 'zelfwerkend, onwillekeurig' (1847)
ANTEDATERING: door middel van eenige "automatische" kunstbeweeging [1804; Vad.lett 1, 77-78]
EWN: ♦ automatiseren ww. 'automatisch maken' (1941)
ANTEDATERING: ontwricht, ontzield of geautomatiseerd [1907; NvdD 12/11]
EWN: ♦ automatiek zn. 'winkel met voedselautomaten' (1934)
ANTEDATERING: het ideaal der automatiek 'het ideaal van het automatisch handelen' [1906; NvdD 9/1]
Later: automatiek 'automatische werking (van het geldstelsel)' [1930; Vaderland 25/10]; de "automatiek" in de Reguliersbreestraat 'de geautomatiseerde lunchroom ...' [1931; LC 19/12] (EWN: 1937)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

automaat [machine die zelfstandig handelingen verricht] {automatum, automaton 1552; tot de 19e eeuw werd de gelatiniseerde of gr. vorm gebruikt} < frans automate of < modern latijn automatum < grieks automatos [vanzelf, automatisch, door eigen geestkracht geleid], van autos [zelf, eigen] + menos [aandrift, geestkracht], verwant met min1.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

automaat (Grieks automatos)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

automaat ‘machine die zelfstandig handelingen verricht’ -> Indonesisch otomat ‘machine die zelfstandig handelingen verricht’; Papiaments outomat ‘machine die zelfstandig handelingen verricht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

automaat machine die zelfstandig handelingen verricht 1552 [WNT Suppl] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut