Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

atrium - (soort binnenhof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

atrium zn. ‘soort binnenhof’
Vnnl. de voorplaetse ... genoemt Atrium [1661; WNT voorplaats]; nnl. atrium mortis “hof of voorzaal des doods” [1824; Weiland], atrium “eene voorkamer aan het hart (eigenlijk een grof weefsel)” [1832; Weiland], ‘binnenhof’ [1865; WNT].
Ontleend aan Latijn ātrium, volgens klassieke auteurs genoemd naar de Etruskische stad Atra, waar deze wijze van bouwen vandaan kwam. Het Oudromeinse atrium was niet overdekt, zodat het regenwater van het dak van de galerij die eromheen lag, opgevangen kon worden. Het woord wordt ook wel verklaard vanuit Latijn āter ‘zwart’, omdat deze centrale plaats van de woning oorspr. de haard bevatte, waardoor de ruimte rond het gat in het dak zwart van de rook werd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

atrium [centraal deel van Romeinse woning] {1661} < latijn atrium, van etruskische herkomst, genoemd naar de stad Atria, waar deze bouwwijze vandaan kwam.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

atrium centraal deel van Romeinse woning 1661 [WNT voorplaats] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut