Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

atleet - (sportbeoefenaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

atleet zn. ‘sportbeoefenaar’
Nnl. athleet ‘kampvechter, worstelaar, vuistvechter van beroep in de klassieke Oudheid, maar ook in de nieuwere tijd’ [1769; WNT], ‘sterk, zwaar gebouwd man’ [1824; WNT], ‘beoefenaar van atletiek (in de modernere zin)’ [1888; WNT].
Ontleend aan Latijn āthlēta < Grieks āthlētḗs, nomen agentis bij het werkwoord āthleĩn ‘om een prijs strijden’, afleiding van ãthlos ‘wedstrijd’ en ãthlon ‘prijs’.
De betekenis ‘beoefenaar van de atletiek’ bestond wrsch. al in 1878, toen op het landgoed Rooswijck te Velsen de eerste Nederlandse atletiekwedstrijd reeds plaatsvond (Winkler Prins); ze is mogelijk uit Engeland afkomstig, waar al sinds de 12e eeuw een vorm van modernere atletiek aanwijsbaar is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

atleet [worstelaar, iem. die een lichaamssport beoefent] {1769} < latijn athleta [kampvechter, atleet] < grieks athlètès [idem].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

atleet s.nw.
1. Sportman of -vrou wat atletiek beoefen. 2. Iemand met 'n goedontwikkelde liggaamsbou, en wat rats, energiek en atleties is.
In bet. 1 uit Eng. athlete of Ndl. athleet (1888). In bet. 2 uit Eng. athlete (1827) ''n gesonde persoon met 'n natuurlike aanleg vir atletiek'.
Eng. athlete en Ndl. athleet uit Latyn athleta uit Grieks athletes uit athlein 'meeding om 'n prys' uit athlos 'wedstryd' en athlon 'prys'.
By die ou Grieke en Romeine was 'n atleet iemand wat tydens feeste deelgeneem het aan wedstryde in sportsoorte soos hardloop, spring, spiesgooi, skyfwerp, stoei en boks.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

atleet (Latijn athleta)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Athleet (Gr. athletes van athlos = strijd) noemt men iemand, die bijzonder forsch gebouwd is en zich door buitengewone lichaamskracht onderscheidt. Oorspronkelijk was bij de Grieken athleten de naam voor de deelnemers aan een of anderen wedstrijd: paardensport, gymnastische oefeningen, muziek, enz. enz. Dergelijke wedstrijden waren bij de Grieken zeer geliefd, ja vormden eigenlijk een deel van hun godsdienstige gebruiken; immers niet alleen bij nationale of plaatselijke feesten werden wedstrijden gehouden, maar ook ter eere van gesneuvelde helden en bij godsdienstige, plechtigheden. Daar deze wedstrijden langdurige oefeningen vorderden, maakten de athleten (dat zijn dus de mededingers) er hun beroep van, en zoo moesten de athleten bij de gymnastische wedstrijden wel een krachtigen lichaamsbouw bezitten. – Later noemde men dan ook athleten uitsluitend zulke personen, die in circussen enz. toeren volbrengen, waarbij buitengewone lichaamskracht vereischt wordt, zooals: gewichten heffen, zware lasten tillen, enz.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

atleet ‘worstelaar; iemand die een lichaamssport beoefent’ -> Indonesisch atlét ‘lichaamssporter’; Kupang-Maleis atlet ‘iemand die een lichaamssport beoefent’; Menadonees atleit ‘iemand die een lichaamssport beoefent’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

atleet worstelaar, iem. die een lichaamssport beoefent 1769 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut