Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

astronaut - (ruimtevaarder)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

astronaut zn. ‘ruimtevaarder’
Nnl. astronauten (mv.) [1959; WNT Aanv.]; daarnaast bestonden ook de zn. astronautiek “voortbeweging van daartoe geschikte voertuigen door de wereldruimte” [1939; WNT], “ruimteluchtvaart, interplanetair verkeer” [1953; Huizinga] en astronautica ‘id.’ [1956; Dale Hwb].
Ontleend aan Engels astronaut [1929; OED], een nieuwvorming op basis van de Griekse woorden astḗr ‘ster’ (zie → ster) en naútēs ‘schipper, zeeman’ (zie → nautisch), naar analogie van het al oudere woord aeronaut ‘luchtschipper, ballonvaarder’.
Met de opkomst van de ruimtevaart in de jaren 1950 raakte deze benaming algemeen bekend. Een concurrerend woord vanuit de Sovjet-Unie was kosmonaut (zie → kosmos), een woord dat ooit door een cynische redacteur werd omschreven als: “een ietwat hyperbolische benaming voor personen die een klein sprongetje in de kosmische ruimte doen, door zich bijvoorbeeld naar de maan of een planeet van ons zonnestelsel te laten schieten, ruimtevaarder” [1976; Dale].

EWN: astronaut zn. 'ruimtevaarder' (1959)
ANTEDATERING: De astronaut staat aanstonds voor het probleem, dat ... [1941; Vliegveld 25:6, 102a]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

astronaut [ruimtevaarder] {na 1950} < engels astronaut gevormd van grieks astron, astèr [ster] + nautès [schipper, zeeman].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

astronaut (Engels astronaut)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Astronaut (< → astro-, + Gr. ναύτης (nautès) = schipper; < Gr. ναῦς (naus) = schip). Ruimtevaarder.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

astronaut ‘ruimtevaarder’ -> Indonesisch astronaut ‘ruimtevaarder’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

kosmonaut [ruimtevaarder] (1961). De eerste bemande ruimtevlucht, door de Rus Joeri Gagarin (1934-1968), leidt tot allerlei nieuwe termen als astronaut, kosmonaut, kunstmaan, lanceerbasis, ruimtevaart, ruimtevaarder, ruimtevaartuig en satelliet.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

astronaut ruimtevaarder 1959 [Aanv WNT] <Engels

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

Astronaut (1962) z Ruimtevaarder.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut