Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

astilbe - (plant)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

astilbe [plant] {na 1950} < modern latijn astilbe, gevormd van grieks a- [on-, zonder] + stilbè [lamp, schittering], van stilbein [glanzen, blinken]. Astilbe betekent dus lett. ‘niet glanzend’.

Thematische woordenboeken

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Astílbe Buch.-Ham. [Fr. Buchanan-Hamilton], - van Gr. a, ontk. voorv.; stilbê, glans: de glanslooze. - De naam zinspeelt op de onaanzienlijke, groengele bloemen der eerstbeschreven soort, Astílbe rivulāris Buch.-Ham. [Fr. Buchanan-Hamilton].

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut