Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

asterisk - (sterretje (*))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

asterisk zn. ‘sterretje (*)’
Nnl. astericus ‘sterretje (*)’ [1824; Weiland], asterisk ‘sterretje’, ook ‘kort dagbladartikel gemerkt met een sterretje’ [1898; Dale].
Via Frans asterisque [1570] ontleend aan Latijn asteriscus < Grieks asterískos ‘sterretje’, verkleinwoord van Grieks astḗr ‘ster’, zie → ster.

EWN: asterisk zn. 'sterretje (*)' (1824)
ANTEDATERING: agter den Asteriscus * [1787; Heylen, viii]
Later: dit kleine stukje (asterisk) (over krantenartikel) [1890; Goessche courant, 28/6] (EWN: 1898)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

asterisk [sterretje] {1824} < frans astérisque < latijn asteriscus [idem] < grieks asteriskos [sterretje, kritisch teken in uitgaven], verkleiningsvorm van astèr (2e nv. asteros) [ster].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

asterisk (Frans astérisque)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Asterisk (< Gr. ἀστερίσκος; dem. van ἀστήρ = ster). Sterretje, gebruikt als verwijzingsteken of als index.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

asterisk sterretje 1824 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut