Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

assimilatie - (gelijkmaking)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

assimileren ww. ‘gelijkvormig maken, gelijkstellen, opgaan in’
Vnnl. assimileren ‘vergelijken’ (= gelijk maken) [1650; Hofman], maar in het WNT geen eerdere voorbeelden dan in de 19e eeuw: ‘gelijkstellen, gelijkvormig maken’ [1811; WNT Supp.], ‘(zich) aanpassen aan de omgeving’ [1870; WNT Supp.]. In taalkundige betekenis: in den niet geassimileerden vorm [1883; WNT Supp.].
Al dan niet via Frans assimiler [1495; Rey] ontleend aan Latijn assimilāre, assimulāre ‘gelijk maken, gelijk achten, zich voordoen als’, gevormd met → ad- bij similis ‘gelijk, overeenkomstig’ en simulāre ‘nabootsen’, zie → simultaan en het verwante → samen.
assimilatie zn. ‘vergelijking, gelijkmaking’ [1658; Meijer], ‘gelijkstelling’ [1824; Weiland], ‘chemische vereenzelviging’ [1847; Kramers], ‘gehele of gedeeltelijke gelijkmaking van twee klanksegmenten’ [1847; Kramers], ‘het proces waarbij planten onder invloed van licht uit water en koolzuur suikers en zuurstof produceren; fotosynthese’ [na 1865; WNT] < Frans assimilation, afleiding van assimiler.

EWN: assimileren ww. 'gelijkvormig maken, gelijkstellen, opgaan in' (1650)
ANTEDATERING: mnl. een geïsoleerd geval in: aldus salic ... al mine bediede Assimileren gelijct oft van gode Algader quame[n] 'zo zal ik (zegt de duivel) al mijn voorschriften namaken alsof ze allemaal van God kwamen' [1315-35; MNW-R]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

assimilatie [gelijkmaking] {1669} < frans assimilation < latijn assimilationem, 4e nv. van assimilatio [assimilatie], van assimilare (verl. deelw. assimilatum) [gelijkmaken] (vgl. assemblee).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Assimilatie (Lat. assimiláre = gelijk maken; < → ad- (2), + similáre = gelijk maken; símilis = gelijk). Gelijk maken; stoffen opnemen door ze gelijk te maken aan de bouwstoffen van de eigen substantie.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

assimilatie ‘gelijkmaking’ -> Indonesisch asimilasi ‘gelijkmaking’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

assimilatie gelijkmaking 1658 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut