Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aspirine - (pijnstiller)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aspirine zn. ‘pijnstiller’
Nnl. aspirine [1910; Bauwens], aspirin'tje ‘aspirinetablet’ [1921; WNT].
Ontleend aan Duits Aspirin ‘id.’, een bedachte merknaam, opgebouwd uit het ontkennende voorvoegsel → a-, de beginklanken van de naam spiraea en het in de scheikunde gebruikelijke achtervoegsel -in (Nederlands -ine), dus met impliciete betekenis ‘gemaakt zonder de hulp van Spiraea’.
De geneeskrachtige werking van salicylzuur was al bij Hippocrates bekend. Het werd uit de schors van wilgen (Latijn Salix) gehaald. In de Middeleeuwen werd dezelfde stof uit de bloem van de moerasspirea (Latijn Spirea ulmaria) verkregen, en in de 19e eeuw kon het ook al synthetisch worden gemaakt. Het had echter vervelende bijwerkingen. Het was de Duitser Felix Hoffman (1868-1946) die in 1897 ontdekte dat de variant acetyl-salicyzuur sneller en beter werkt. In 1899 bracht Bayer, waar Hoffman als chemicus in dienst was, dit middel onder de nieuwe naam Aspirin op de markt. Het medicijn was zo succesvol, dat het lange tijd als synoniem voor pijnstiller, dus ook die van andere merken, werd gebruikt.

EWN: aspirine zn. 'pijnstiller' (1910)
ANTEDATERING: onbevoegd afleveren van asperine [1904; Zierikzeesche nieuwsbode 6/4]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aspirine [acetylsalicylzuur] {1901-1925} < hoogduits Aspirin; komt in de natuur voor in de bloem van de spiraea ulmaria. De productnaam aspirine staat betrekkelijk los van het natuurlijk product, is namelijk gevormd uit ontkennend grieks a + de naam spiraea + het in de chemie gebruikelijke achtervoegsel -in(e). Het product werd ontdekt door Felix Hoffmann (1868-1946), die iets zocht tegen de reumatische pijnen van zijn vader.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

asperien s.nw. Ook asperine.
Geneesmiddel teen pyn.
Uit Ndl. aspirine (1912) of Eng. asperin.
Ndl. aspirine mntl. uit D. Aspirin, waarvan die bestanddele in die natuur voorkom in die blom van die Spiraea Ulmaria. Die produknaam is egter gevorm uit die Griekse ontkennende a-, die plantnaam Spiraea en die agterv. -in(e). Eng. asperin is gevorm op basis van acetyl, spiraeic acid en -in. Felix Hoffmann (1886 - 1946) het in sy soeke na 'n kuur vir sy vader se rumatiekpyne dié medikasie ontdek.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aspirine (Duits Aspirin)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aspirine ‘bepaald medicijn’ -> Fries aspiryntsje ‘bepaald medicijn, tabletje’; Indonesisch aspirin ‘bepaald medicijn’; Menadonees aspirin ‘bepaald medicijn’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aspirine acetylsalicylzuur 1910 [KWT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut