Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

asielzoeker - (persoon, meestal een politiek vluchteling, die verblijf zoekt in een land)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

asielzoeker, persoon, meestal een politiek vluchteling, die verblijf zoekt in een land. In 1987 stond de term nog in geen enkel woordenboek, dit in tegenstelling tot het werkwoord asileren ‘in een psychiatrische inrichting (doen) opnemen’ (Van Dale, 1992). Het woord asielzoeker heeft voor sommigen een ietwat pejoratieve klank.

... de opvang van de asielzoekers in gemeenten is een eclatant succes geworden. (Het Parool, 30/04/88)
De meeste asielzoekers komen echter ‘op eigen gelegenheid’ hierheen. (Opzij, januari 1992)
Het aantal asielzoekers in West-Europa liep op van 13.000 in 1970 tot 456.000 in 1991. (Prisma van de Mensenrechten, 1992)
Cijfers over asielzoekers laten zien dat de toestroom naar Nederland onverminderd groot is. (Elsevier, 26/07/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal