Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

asbest - (vezelachtige stof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

asbest zn. ‘vezelachtige stof’
Mnl. asbestoen ‘ijzerkleurige stof’ [ca. 1350; MNHWS]; nnl. asbest ‘steenvlas’ in Amianth met afscheidbaare Veezelen ... Walerius noemt deeze Rype Asbest [1782; WNT].
Ontleend aan middeleeuws Latijn asbestos ‘asbest’ < Grieks ásbestos líthos ‘ongebluste kalk’ (in deze betekenis nog in Russisch izvest). Dit Griekse woord betekent letterlijk ‘onblusbaar, onbedwingbaar’, en vandaar misschien ‘niet (door vuur) te blussen (= vernietigen?) (steen)’. Die betekenis is onduidelijk; wellicht is het een door volksetymologie beïnvloed leenwoord. Dat asbestos zou berusten op een leesfout van *acausticon = Grieks ákaustos ‘onbrandbaar’ (Diels) lijkt te ver gezocht.
Lit.: H. Diels (1916) ‘Etymologica’, in: Zeitschrift für vergleichende Sprachforschung 47, 203-207

EWN: asbest zn. 'vezelachtige stof'; de vorm asbest (1782)
ANTEDATERING: zo vloeibaar als Oli van "Asbest" [1722; Weyerman 1, 117]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

asbest [delfstof] {1782} < latijn asbestos < grieks asbestos [onblusbaar, onvergankelijk], van ontkennend a + sbennumi [ik blus uit], een merkwaardige vorm, omdat asbest niet onblusbaar is maar onbrandbaar; veroorzaakt doordat men in een handschrift van Plinius (19, 19) een verknoeide vorm verbeterde als asbestinon (middelnederlands asbestoen), waar het had moeten zijn acausticon [onbrandbaar].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

asbes s.nw.
Minerale delfstof wat onbrandbaar en 'n swak geleier van hitte is.
Uit Ndl. asbest (1782).
Internasionale woord wat via Latyn asbestos uiteindelik teruggaan op Grieks a-sbestos 'onverbrandbaar'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

asbest (Latijn asbestos)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

asbest ‘delfstof’ -> Noord-Sotho asebestose ‘delfstof’ (uit Afrikaans of Engels); Xhosa abhestosi ‘delfstof’ (uit Afrikaans of Engels); Zoeloe asbestosi ‘delfstof’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho asebesetose ‘delfstof’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch asbés ‘delfstof’; Papiaments asbèst ‘delfstof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

asbest delfstof 1782 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut