Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

artiest - (kunstenaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

artiest zn. ‘kunstenaar’
Mnl. artiste ‘beoefenaar der vrije kunsten (medicus, retoricus); geleerde’ [1486; MNW]; vnnl. artiste “constenaer” [1553; Werve]; nnl. artiest ‘uitvoerend kunstenaar’ [1888; WNT Supp.].
Ontleend aan middeleeuws Latijn artista ‘beoefenaar der artes liberales, de vrije kunsten’, een afleiding van klassiek Latijn ars (genitief artis) ‘kunst’. Gezien de lange ie wrsch. later herontleend aan Frans artiste ‘beoefenaar der vrije kunsten, met name van toepassing op schilders, beeldhouwers en graveurs’ [1656; TLF], van dezelfde herkomst.
De Middelnederlandse betekenis is misschien van invloed geweest op vorm van het woord → arts.
artistiek bn. ‘kunstzinnig’. Nnl. artistiek [1864; WNT Supp.]. Ontleend aan Frans artistique ‘id.’ [1808; Rey].

EWN: artiest zn. 'kunstenaar' (1486)
ANTEDATERING: artisten 'beoefenaars van de "artes liberales", artsen' [1480; MNW-P]
EWN: ♦ artistiek bn. 'kunstzinnig' (1864)
ANTEDATERING: een "artistiek" oogpunt [1842; AHB 12/7]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

artiest [kunstenaar] {1658} < frans artiste < middeleeuws latijn artista [beoefenaar der vrije kunsten], teruggaand op latijn ars (2e nv. artis) [kunst] + -ist. Het woord was al eerder in een andere betekenis uit het me. lat. geleend, vgl. artiste [beoefenaar der vrije kunsten, geleerde] {1451-1500}.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

arties (zn.) kunstenaar; Middelnederlands artiste <1486> < Frans artiste.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

artiest (Frans artiste)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

artiest ‘kunstenaar’ -> Indonesisch artis ‘kunstenaar’; Menadonees artis ‘kunstenaar’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

artiest kunstenaar 1553 [Vd Werve] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut