Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

arrogantie - (aanmatiging, verwaandheid, trots)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

arrogant bn. ‘aanmatigend, verwaand’
Vnnl. arrogant “vermeten oft stout, Metaph. hoouerdich” (‘verwaand, trots, hoovaardig’) [1553; Werve].
Ontleend aan Frans arrogant [13e eeuw; Rey] < Latijn arrogāns ‘aanmatigend, veeleisend, trots’, teg.deelw. van arrogāre ‘erbij vragen, zich aanmatigen’, gevormd uit → ad- en het werkwoord rogāre ‘vragen’, verwant met → recht 2 ‘gerechtigheid’.
arrogantie zn. ‘aanmatiging, verwaandheid, trots’. Mnl. arrogancien (mv.) ‘id.’ [1400-20; MNW-R]. Al dan niet via Frans arrogance [1170] ontleend aan Latijn arrogantia, afleiding van arrogāns.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

arrogantie (Frans arrogance)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut