Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

archipel - (eilandengroep)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

archipel zn. ‘eilandengroep’
Vnnl. archipelago [1596; Donselaar 1998c]; nnl. De Eilanden van de Archipel [1728; Marin].
Ontleend aan Frans archipelago ‘eilandengroep’ [1512] (en ook al in het Frans de verkorting archipel), ontleend aan Italiaans arcipelago [13e eeuw], een neologisme gevormd op basis van Ægeopelagus, de toenmalige naam van de Egeïsche zee. Dit is oorspr. een Griekse vorming uit de elementen arkhi- ‘opper-, eerste’ (zie → aarts-) en pélagos ‘zee’.
De betekenis is zowel in de brontalen Italiaans en Frans als in het Nederlands uitgebreid van ‘zee om een eilandgroep’ naar ‘het hele betreffende gebied’ of ‘de eilandengroep’ zelf. In het Nederlandse koloniale verleden was de archipel meestal synoniem met ‘de Indische archipel’.

EWN: archipel zn. ‘eilandengroep’; de vorm archipel (1728)
ANTEDATERING: Deze gehele rijg ('rij') van Eilanden, ... word d' "Archipel van Andemaon" genoemt [1654; Le Blanc, 75]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

archipel [eilandengroep] {1759} < frans archipel < italiaans arcipelago, van grieks archi- [voornaamste] + pelagos [zee]. Aangezien het woord oorspronkelijk in Italië voorkwam, is de herkomst niet grieks als zodanig. Het is mogelijk dat het stamt van een verminking van grieks Aigaion pelagos [de Egeïsche Zee]. In ieder geval werd het woord aanvankelijk gebruikt voor ‘een zee vol eilanden’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

archipel znw. m., eerst nnl. < fra. archipel < ouderfra. archipélague < ital. archipelago < middelgr. archipélagos ‘voornaamste zee’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† archipel znw., nnl. Ontl. aan fr. archipel uit ouderfr. archipélague < it. arcipelago < gr.-lat. archipelagus (gr. arkhi +pélagos ‘zee’).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

archipel (Frans archipel)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

archipel eilandengroep 1728 [Marin, Compleet Fransch en Nederduitsch wrdb.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut