Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

archimandriet - (Grieks opperabt)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

archimandriet [Grieks opperabt] {1672} < latijn archimandrita < grieks archimandritès [hoofd van een of meer kloosters], van archi- [voornaamste] + mandritès, van mandra [(klass. gr.) omheinde ruimte voor vee, (byzantijns gr.) klooster] (ook monè monasterion), misschien verwant met oudindisch mandurā [stal].

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal