Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

arcadisch - (idyllisch)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

arcadisch bn. ‘idyllisch’
Vnnl. arcadisch ‘betrekking hebbend op (een) Arcadië’ [1647; WNT]; in de overdrachtelijke betekenis ‘landelijk, herderlijk, naïef’ [1782; WNT Supp.].
Afgeleid van Grieks Arkadía, een landschap op de Peloponnesos, een arm herdersgebied dat al in de bucolische literatuur van de klassieke Oudheid als het land van vrede en onschuld werd voorgesteld.
In de 16e eeuw werd de naam gebruikt in een aantal herdersromans, waarvan Arcadia (1593) van Sir Philip Sidney een van de bekendste is. In Nederland verscheen in 1637 Batavische Arcadia van Johan van Heemskerck. De naam van het Griekse gebied werd op andere gebieden overgebracht: 't weeld'rig Amstelland ... Een fraai Arkadië [1737; WNT Supp.]. Tegenwoordig wordt het bn. vrijwel uitsluitend in de betekenis ‘idyllisch’ gebruikt.

EWN: arcadisch bn. 'idyllisch' (1647)
ANTEDATERING: Arcadische Nachtegaeltgiens 'nachtegaaltjes uit Arcadië' [1601; Marnix van S.Aldegonde, 186r]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

arcadisch [landelijk, idyllisch] {1647} van latijn Arcadia < grieks Arkadia [een landschap op de Peloponnesos dat in de literatuur als paradijselijk werd voorgesteld].

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

Arcadië, in het noordwesten van de Peloponnesos, het grote schiereiland dat het zuidelijk deel van Griekenland vormt, geniet een heel andere reputatie dan het zuidelijker gelegen Sparta. Een Arcadië is een lustoord, waar herders, herderinnetjes en goden zich de lieve lange dag fluitspelend en flirtend vermeien in de schone natuur, zonder ooit door ziekten, hagelbuien of onroerend-goedbelasting te worden geplaagd. Zij leiden, kortom, een arcadisch bestaan. De voor deze beeldvorming — die geen verband houdt met het werkelijke herdersleven in Arcadië — beslissende combinatie van toon en motieven is door de Romeinse schrijver Vergilius (70-19 v.Chr.) tot stand gebracht in het dichtwerk Bucolica. Hierdoor geïnspireerd heeft sedert de renaissance de zogenaamde herdersroman of arcadia tot diep in de 18de eeuw een hoge vlucht genomen in de Westeuropese literatuur.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

arcadisch landelijk, idyllisch 1647 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut