Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

arbiter - (scheidsrechter)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

arbiter zn. ‘scheidsrechter’
Mnl. arbiter [1426; Stall.].
Via Frans arbitre [1213] ontleend aan Latijn arbiter ‘getuige, scheidsman’, waarvan de verdere herkomst onbekend is.
Vanaf de 15e eeuw komen onder invloed van het Frans nog diverse andere juridische begrippen met arbitr- voor, bijv. arbitrateur, arbitrant, arbitrael. In de moderne taal zijn er nog slechts enkele gebruikelijk.
arbitrage zn. ‘bemiddeling bij een geschil’. Vnnl. ter arbitraige van ‘ter beslissing van’ [1503; WNT], arbitrage ‘bemiddeling’ [1548; Stall.]. Ontleend aan Frans arbitrage ‘juridische bemiddeling’ [1283; Rey], afleiding van arbitre. ♦ arbitrair bn. ‘willekeurig’. Vnnl. arbitraire punicie ‘straf waarover een arbiter heeft beslist (indien de wettekst er niets over zegt)’ [1503; WNT Supp.], ofwel ‘van de willekeur van de arbiter afhangend’ en daardoor overdrachtelijk ‘willekeurig’ [1933; WNT Supp.]. Ontleend aan Frans arbitraire [1397; Rey] < Latijn arbitrarius ‘van de scheidsman’.

EWN: ♦ arbitrair bn. ‘willekeurig’ (1503)
ANTEDATERING: mnl. arbitrarye 'door rechter of overheid te regelen' [1481; MNHWS]
Later: arbitraire regeering 'op willekeur berustend regering' [1697; iWNT] (EWN: 1933)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

arbiter [scheidsrechter] {1488} < oudfrans arbitre < latijn arbiter [aanwezige, ooggetuige, scheidsrechter], van ad [naar] + bitere, betere [gaan, dus eig.: iem. die erheen gaat].

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Arbiter heette bij de Romeinen een burger, aan wien de opperste rechter opdroeg in een of ander geschil uitspraak te doen, niet zoozeer gegrond op de strenge toepassing der strafwet, als wel overeenkomstig menschelijke gevoelens. Thans verstaat men er een scheidsrechter onder, die met goedvinden van beide partijen een uitspraak zal doen. Arbitrage noemt men dan de berechting van een geschil door arbiters. Door bijna alle beschaafde landen is gezamenlijk een “hof van arbitrage” ingesteld (gevestigd in ’s-Gravenhage), om onderlinge geschillen op vredelievende wijze bij te leggen ter voorkoming van oorlog.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

arbiter ‘scheidsrechter’ -> Indonesisch arbiter ‘scheidsrechter’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

arbiter scheidsrechter 1488 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut