Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aquarium - (reservoir voor waterdieren en -planten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aquarium zn. ‘reservoir voor waterdieren en -planten’
Nnl. aquarium “een Vyver of Waterbak” in een wetenschappelijk woordenboek [1769; WNT Supp.]. Frequent gebruik, ook ter liefhebberij, pas vanaf 1857, aldaar met een toelichtend “kamervijver” [WNT Aanv.].
In de huidige toepassing ontleend aan Engels aquarium [1854; OED]. Net als bovengenoemde oudste vindplaats gaat dit terug op Neolatijn aquarium ‘id.’, een door botanisten naar analogie van → herbarium gebruikt begrip op basis van klassiek Latijn aquārium ‘drinkbak, drinkplaats voor vee’ (voor een eerdere ontlening van ditzelfde woord zie → aker 2 ‘emmer’), dat de gesubstantiveerde onzijdige vorm is van het bn. aquārius ‘water-’.
Het woord kwam uit Engeland mee met de rond diezelfde tijd ontstane mode om vissen te houden ter bestudering of uit liefhebberij.
Lit.: L. van de Kerckhove (1944) ‘De namen van de emmer in de Zuidnederlandse dialecten’, in: LB 36, 28-42; Frings 1966, 122-124; Frings 1968, 93-94; Weijnen 1975, 200, 215

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aquarium [bak voor waterdieren] {1769} < latijn aquarium [drinkplaats voor vee], eig. het zelfstandig gebruikt o. van het bn. aquarius [water-]; het woord is in de 19e eeuw weer in omloop gebracht, met de huidige betekenis, afgeleid van latijn aqua [water] + -arium, dat ‘de plaats waar’ aangeeft.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aquarium znw. o., gaat in de bet. ‘glazen bak met water voor levende vissen en planten’ waarsch. terug op ne. aquarium (het eerste aquarium bevond zich in de Dierentuin van Londen) en dit < lat. aquarium, dat echter ‘drenkplaats van vee’ betekende (Worgt 201).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

akwarium s.nw.
1. Waterbak met glaswande waarin waterdiere en -plante gehou word. 2. Gebou waarin waterdiere en -plante in waterbakke, gewoonlik met glaswande, gehou word.
Uit Ndl. aquarium (1769 in bet. 1, 1884 in bet. 2) of Eng. aquarium (1855 in bet. 1, 1880 in bet. 2).
Ndl. aquarium en Eng. aquarium is gevorm op basis van Latyn aquarius 'van water', met lg. van aqua 'water'.
D. Aquarium, Fr. aquarium.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aquarium ‘bak met levende vissen en planten’ (Engels aquarium)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aquarium ‘bak voor waterdieren’ -> Indonesisch akuarium ‘bak voor waterdieren’; Jakartaans-Maleis akoarium ‘bak voor waterdieren’; Madoerees akuwariyūm ‘bak voor waterdieren’; Menadonees akuarium ‘bak voor waterdieren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aquarium bak voor waterdieren 1769 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut