Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aquamarijn - (blauwgroen), (halfedelsteen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aquamarijn bn. ‘blauwgroen’, zn. ‘halfedelsteen’
Nnl. aquamarin “een zeegroen edelgesteente; ook zeegroene verw of kleur” [1824; Weiland], aquamarijn [1847; Kramers].
Ontleend aan Italiaans acquamarina, dat teruggaat op Latijn aqua marīna ‘zeewater’ (met het bn. bij mare ‘zee’, zie → meer 1), dus genoemd naar de kleur van zeewater.
Opvallend is de anachronistische diftongering van -i- naar -ij-, wrsch. onder invloed van → rozemarijn, ultramarijn (zie → ultra-), beide met hetzelfde etymon in het tweede lid, en andere steennamen, bijv. robijn, karmijn.

EWN: aquamarijn bn. ‘blauwgroen’, zn. ‘halfedelsteen’ (1824)
ANTEDATERING: "ruwe Byrill", of "Aqua Marin" (zn.) [1767; Catalogus, 198]
Later: aquamarin 'beril, soort edelsteen' [1820; Nieuwenhuis]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aquamarijn [zeegroene edelsteen] {aquamarin 1824} < latijn aqua marina [zeewater], van aqua [water] + marina, vr. van marinus [zee-], van mare (2e nv. maris) [zee].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aquamarijn zeegroene edelsteen 1824 [WEI] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut