Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

applaus - (handgeklap)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

applaus zn. ‘handgeklap’
Nnl. applaus ‘id.’ [1859; WNT Supp.]. Eerder al applaudissement ‘toejuiching, goedkeuring’ [1662; WNT Supp.], ‘handgeklap’ [1800; WNT Supp.], en applausie ‘handgeklap’ [1791; WNT Supp.].
Het oudste van deze drie woorden is ontleend aan Frans applaudissement ‘applaus’ [1532; Rey], afgeleid van het werkwoord applaudir ‘applaudisseren’ [1531; Rey], eerder al in de betekenis ‘toejuichen’ [1394; Rey], ontleend aan Latijn applaudere ‘toejuichen; slaan tegen’, gevormd uit → ad- ‘toe-, naar-’ en plaudere ‘kloppen, stampen’ (hieruit ook → exploderen), maar ook al ‘toejuichen, applaudisseren’. Het kortere woord applaus is applaudissement in de tweede helft van de 19e eeuw gaan vervangen. Rechtstreekse ontlening aan Latijn applausus (afgeleid van applaudere) is dan niet meer waarschijnlijk, eerder moet aan Duits Applaus [midden 18e eeuw; Pfeifer], ouder Applausus [17e eeuw; Pfeifer] worden gedacht.
applaudisseren ww. ‘applaus geven’. Vnnl. ‘toejuichen’ [geapplaudiseert 1701; WNT Supp.], ‘in de handen klappen’ [applaudisseeren 1794; WNT Supp.]. Eerder al applauderen “yemanden vruecht oft vrintscap doen” [1553; Werve], ‘toejuichen’ [1611; WNT uitwendig]. Afleiding van het verouderde applaudissement ‘applaus’. Een opvallend behoudende vorm, gezien de vervanging door een kortere vorm bij het zn., en de corresponderende werkwoorden Frans applaudir, Engels applaud en Duits applaudiren, alle 16e-eeuws of eerder en rechtstreeks teruggaand op Latijn applaudere.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

applaus [handgeklap] {1859} misschien via hoogduits Applaus < latijn applausus, van het verl. deelw. van applaudere [applaudisseren], van ad [naar … toe] + plaudere [zijn goedkeuring te kennen geven door met iets te klappen of te klepperen, dus niet alleen ‘in de handen klappen’] (vgl. exploderen).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

applous s.nw.
Goedkeurende toejuiging, veral deur handegeklap.
Uit Ndl. applaus (1859) of Eng. applause (1601).
Ndl. applaus wsk. via D. Applaus uit Latyn applausus, met lg. van die verlede dw. van applaudere 'apploudisseer', gevorm van ad 'na ... toe' en plaudere 'goedkeuring te kenne gee deur met iets te klap of te klepper', dus oorspr. nie net met die hande klap nie. Eng. applause uit Latyn applausus en verder soos voorgaande.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

applaus (Latijn applausus)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

applaus ‘handgeklap’ -> Indonesisch aplaus, aplus ‘handgeklap’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

applaus handgeklap 1859 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut