Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

appelpent - (brij, uit appelen en brood bereid)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

appelpent v., het tweede lid is gelijk Fr. panade, uit Mlat. panata = broodbrij, afgel. van Lat. panis (Fr. pain) = brood, verwant met pascere: z. pleisteren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

appelepent, -pint zn.: appelmoes. Oorspr. gesnipperde appelen met suiker gekookt of gekonfijt, in een vorm gedaan en veelal koud gegeten. Samenst. van appel en pent (zie i.v.).

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Appelpent, ook appelprol, (zie op Prol.) benaming van een brij, uit appelen en brood bereid, uit appel en ’t fra. panade of spa. panada, (van ’t lat. panis brood), doch niet rechtstreeks uit het Fransch of Spaansch, maar naar het Engelsch panade, immers panáde zou geen pent geven, wel de Eng. uitspraak van dat woord. Het Fransche woord werd wel gebruikt; Hondius zegt in zijn Moufe-schans (505): “Een goe commeken panade, Laet ick niet seer lichte staen Dat ick nemmermeer versmade”; evenzoo den spa. vorm panada leest men bijv. Beverwijck, Schat. d. Gesonth. 91 b

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut