Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

appelflap - (appelgebak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

appelflap zn. ‘appelgebak’
Nnl. appelflap [1919; WNT flap III], naast appelbeignets [1863; Rijnhart Woordenboek voor het Praktische Leven I].
Deze samenstelling uit → appel 1 en → flap is betrekkelijk recent. Dale 1872 geeft als enige betekenis van flap ‘slag, schop’, maar nu is het vooral iets dat dubbelgevouwen kan worden en een beetje slap is, zoals een lapje deeg. Misschien is er sprake van een leenvertaling van Frans beignet (de pommes) ‘gefrituurd deeggerecht (met appels)’, dat is afgeleid van Frans beigne ‘bult, buil’ [16e eeuw]. Vanwege de gelijkenis in vorm nam de afgeleide vorm beignet de betekenis ‘gevuld deeggerecht’ [1605] aan, een ‘bult’ van gefrituurde deegwaren dus. Tevens verschoof in het regionale Frans door metonymische betekenisoverdracht de betekenis van beigne ‘bult, buil’ naar ‘klap, optater (die de buil veroorzaakt heeft)’, welke betekenis in het argot van Parijs is gehandhaafd en zelfs in de 20e eeuw in Frankrijk een algemenere verspreiding kreeg. De afleiding beignet kon eveneens ‘klap’ [1640] betekenen → beignet.
In het Nederlandse taalgebied is appelflap in sommige streken de naam voor een in beslag gedoopte en gefrituurde plak appel en heet met appel gevuld bladerdeeg een appelbeignet; in andere streken is het net andersom.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

appelflap: stommeling, sufferd. Vaak in de vorm driedubbel overgehaalde appelflap. Waarom een dom iemand geassocieerd wordt met een bepaald soort gebak is niet meteen duidelijk. Heestermans (1989) vermoedt een klankstructuur die ‘lekker bekt’. Soms ook als troetelnaam. Van een lastig of ondeugend kind zegt men bijv. ‘het is me een gebakje*’.

De Egyptische deed steeds moeite om met me in contact te komen, en steeds als ik naar haar toe wilde stappen, kwam haar man of een andere charmante appelflap daar weer tussen. (Jan Cremer, Ik Jan Cremer, 1964)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

appelflap* appelgebak 1919 [WNT flap III]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut