Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

apostrof - (weglatingsteken ('))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

apostrof zn. ‘weglatingsteken (')’
Vnnl. apostrophe ‘weglating van een of meer letters in een woord’ [1581; WNT Supp.], in deze betekenis niet meer gebruikelijk, maar wel nog ‘teken waarmee deze weglating wordt aangegeven’: apostrophus [ca. 1550; WNT Supp], apostrof [1710; WNT Supp.]. Daarnaast als benaming voor een bepaalde stijlfiguur in de retoriek: apostrof.
Al dan niet via Frans apostrophe ‘id.’ [1514; Rey] ontleend aan Laatlatijn apostrophus < Grieks apóstrophos (prosōdíā) ‘weglatingsteken’, gesubstantiveerd bn. bij het werkwoord apostréphein ‘afwenden’, gevormd uit → apo- ‘af, weg’ en stréphein ‘draaien, wenden’, zie → strofe. In de betekenis ‘bepaalde stijlfiguur’ ontleend aan Laatlatijn apostrophe < Grieks apostrophḗ ‘het zich wenden tot een persoon; toespraak’, nomen actionis bij hetzelfde Griekse werkwoord.
Pogingen tot vertaling van de apostrophe als grammaticaal begrip betreffen vooral de inhoud van de term en niet het bijbehorende teken: onder meer afbreekinge [1653; Leupenius], afwending [1706; Moonen], afkapping [1831; Lulofs]. De leenvertalingen (vnnl. teeken van uytwiszinge [1624; Hubert], afbreeksel [1653; Leupenius], teken van uit-laating [1649; Kók], uitlaatteeken [1672; Meijer 1672], afkappingsteeken [1863; Kuijper]) hebben nooit de Latijnse term kunnen verdringen, zoals de Romeinse grammatici het Griekse woord waren blijven gebruiken.
Lit.: L. Meijer (1672) Italiaansche spraakkonst, Amsterdam; B. Lulofs (1831) Over Nederlandsche spraakkunst, stijl en letterkennis, als voorbereiding voor de redekunst of welsprekendheidsleer, Groningen; G. Kuijper Hz. (1863) Handleiding tot de beoefening der Nederlandsche Taal- en Letterkunde, voor de kadetten van alle wapenen, Breda; Ruijsendaal 1989 en 1991

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

apostrof [weglatingsteken] {apostrophe, apostrophus 1550} < frans apostrophe < latijn apostrophe < grieks apostrophè [het zich afwenden, elisie], van apostrophos [afgewend], van apostrephein [afwenden], van apo [weg] + strephein [wenden, draaien].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

apostrof (Latijn apostrophus)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

apostrof ‘weglatingsteken’ -> Papiaments apostròf ‘weglatingsteken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

apostrof weglatingsteken 1550 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal