Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

apoekoe - (lagere bosgeest; geheime taal; soort kraal)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

apoe’koe, ampoe’koe (de, -s), (begrip uit de wintigodsdienst*) 1. lagere bosgeest, veelal mensen kwellend of misleidend, ook werkend in dienst van een hogere god; neemt de gedaante aan van een donker of lichtbruin mensje of van een grote kikker (Wooding 189). ‘n Mannelijke Apoekoe b.v. kan zich zo meester maken van een vrouw, dat zij niet meer in staat is tot sexuele omgang, ’n verschijnsel dat ’n lange, aaneengesloten tijd kan duren maar ook intermitterend (Schoffelmeer I: 13). - 2. (Apoekoe) geheime taal, gebruikt door ingewijden bij sommige rituelen van de wintigodsdienst*. - 3. soort kraal. Apoekoe: (Kraal binnen Alakondre*) personifikatie van de wispelturige geest in de mens (Janssen 24). - Etym.: Van Afr. herkomst.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut