Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

apocrief - (niet authentiek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

apocrief bn. ‘niet authentiek’
Mnl. in t Boec van hout, dat is apocrifum, want ... ‘niet tot de heilige schriften van het Oude Testament behorend’ [1480; MNW-P]; vnnl. apocryph, ook ‘geheim, van onbekende oorsprong’ [1588; Kil.], ‘niet authentiek, twijfelachtig’ in 't schynt mij wat apokryf [1691; WNT Supp.].
In de huidige vorm ontleend aan Duits apokryph [1534, bij Luther] < christelijk Latijn apocryphus ‘niet als autoriteit erkend (van geschriften)’ < Latijn apocryphus ‘van een niet bekend schrijver’ < Grieks apókruphos ‘verborgen, geheim gehouden’, gevormd uit → apo- ‘weg, af’ en krúptein ‘verbergen’, zie → cryptisch.
Het Nederlandse woord kreeg vooral bekendheid onder invloed van het Duitse apokryph uit Luthers bijbelvertaling van 1534. De benaming is in de begintijd van het christendom voor allerlei geschriften buiten de Hebreeuwse canon gebruikt. Deze betekenis ‘onecht, niet canoniek’ gaat vermoedelijk terug op het feit dat deze geschriften niet officieel in de kerken gelezen werden. Meer erkenning kregen ze in de 16e eeuw, toen ze ingang vonden in de Anglicaanse en de Lutherse kerk en het concilie van Trente ze deutero-canoniek verklaarde. In de Statenbijbel van 1637 werden deze werken, voorzien van een waarschuwing, achterin opgenomen, maar in latere drukken zijn ze weggelaten. Apocrief zijn ook een aantal met name gnostische geschriften, zoals het apocriefe evangelie van Thomas.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

apocrief [niet als gezaghebbend erkend] {1599} < chr. latijn apocryphus < grieks apokruphos [verborgen], van apokruptein [verbergen], van apo [weg, ont-] + kruptein [bedekken, verbergen] (vgl. crypte).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Apocrief (Gr. apocruphos; van apo = dat eene verwijdering van iets uitdrukt, en kruptein = verbergen) beteekent eigenlijk verdicht, twijfelachtig. ’t Wordt hoofdzakelijk gebruikt in verband met die boeken van het Oude en van het Nieuwe Testament, wier authenticiteit niet voldoende is vastgesteld en dientengevolge niet als door God ingegeven worden aangenomen. Naast de gewone boeken in den Protestantschen bijbel (nl. het Oude Testament van Genesis tot Maleachi, en het N. T. van Mattheus tot de Openbaring van Johannes) bestaan nog andere bijbelboeken, waaraan Luther echter geen goddelijk gezag toekende; wel beveelt hij sommige ter lezing aan, maar wenscht ze niet als “Gods woord” beschouwd te zien. Van het O. T. behooren volgens deze zienswijze o. a. tot de apocriefe boeken: de drie boeken der Makkabaeën, het boek Judith, het boek Tobias, de spreuken van Jezus Sirach, enz. Tot de apocriefe boeken van het N. T. behooren enkele Evangeliën, eenige Handelingen der Apostelen, Openbaringen en Brieven.
Tegenwoordig noemt men apocrief ieder geschrift, waarvan dagteekening en schrijver onbekend zijn en wiens getuigenis bijgevolg van weinig of geen waarde is.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

apocrief niet als gezaghebbend erkend 1599 [WNT Suppl] <Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

90. Apocrief.

Onder de apocriefe boeken verstaat men ‘die, welke niet in den Canon der Heilige Schriften van het Oude Testament zijn opgenomen en dus van de echte, gezaghebbende (canonieke) bijbelboeken, vooral door de Protestanten, scherp onderscheiden worden’; Ndl. Wdb. II, 540. Zij heeten apocrief (fr. apocryphe, lat. apocryphus, gr. αποκρυφος van αποκρυπτειν, verbergen), daar de herkomst onbekend is. Vandaar kon apocrief de beteekenis aannemen van twijfelachtig, het vermoeden opwekkende van niet echt te zijn, verdacht, niet zeer gelooflijk, niet aannemelijk.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut