Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

apo- - (weg-, af-)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

apo- voorv. ‘weg-, af-’
Dit is oorspr. het Griekse voorzetsel ap, als voorvoegsel apo-. De betekenis is meestal ‘weg, af’.
Ontwikkeld uit pie. h2epo, waaruit o.a. ook pgm. *aba (zie → af) en Latijn ab (zie → ab-). Op de nultrap *h2po berust → van.
Dit voorvoegsel komt alleen voor in Griekse leenwoorden of in op Grieks gebaseerde neologismen, bijv.Apocalyps, → apostel, → apostrof, → apotheek.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

apo- [voorvoegsel met de betekenis ‘weg van’] {in bv. apoteke [apotheek] 1265-1270} < grieks apo-, voor een klinker ap-, voor een geaspireerde klinker aph- [weg van, apart] (vgl. af).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

apo- (Grieks apo-)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Apo- (= Gr. ἀπο- (apo); geeft meestal een verwijdering aan; weg-, uit-, ont-). Eerste lid in samenstellingen met de genoemde betekenissen; soms zonder duidelijke betekenis.

Dateringen of neologismen

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

arbeidsplaatsenovereenkomsten (1980) (ook apo’s)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut