Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aplomb - (zelfverzekerdheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

aplomb zn. ‘zelfverzekerdheid’
Nnl. aplomb “stevigheid; vastheid van karakter” [1824; Weiland], ‘zelfverzekerdheid in het uiten’ [1916; WNT Supp.].
Ontleend aan Frans aplomb ‘evenwichtige stand van het lichaam, stevigheid’ [1690; Rey], ‘mentale evenwichtigheid’ [1798; Rey], ‘zelfverzekerdheid (in het uiten)’ [1834; Rey], dat in de oorspr. betekenis ‘verticaalheid’ [1547; Rey] de substantivering is van de bepaling a plomb ‘volgens het schietlood’, met Frans plomb ‘lood’ < Latijn plumbum ‘id.’, verdere herkomst onbekend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aplomb [loodrechte stand, doortastendheid] {1824 in de betekenis ‘loodrechte stand’} < frans aplomb [loodrechte stand, vastberadenheid, zelfvertrouwen, brutaliteit] < à plomb [met het (schiet)lood], plomb [lood] < latijn plumbum [idem], ontleend aan een voor-lat. taal.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aplomb (Frans aplomb)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aplomb doortastendheid 1847 [WNT Suppl] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal