Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

apert - (duidelijk, onmiskenbaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

apert bn. ‘duidelijk, onmiskenbaar’
Mnl. apeert ‘onbeschaamd, brutaal’ [1380-1425; MNW-R]; vnnl. appeert ‘openhartig’ [1526; WNT Supp.], apert “open, openbaar, bekendt” [1669; Meijer]; nnl. ‘onmiskenbaar’ [1851; WNT Supp.].
Ontleend aan Oudfrans apert ‘evident, openlijk’ [11e eeuw; TLF], door betekenisinvloed van espert ‘handig’ (< Latijn expertus) ook ‘handig, getalenteerd’ [1170-71; TLF] (nu verouderd en alleen nog als bijwoord apertement ‘openlijk’) < Latijn apertus ‘geopend, open en bloot’, verl.deelw. van aperīre ‘openen’, zie ook → aperitief, → ouverture.
De stam van dit Latijnse werkwoord is wellicht ontstaan uit *ap-ver- en dan verwant met: Sanskrit apa-vrnóti ‘hij opent’; Oudkerkslavisch vrěti ‘sluiten’; Litouws at-veriu ‘ik open’; bij de wortel pie. *uer- ‘bedekken’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

apert [duidelijk] {1401-1450} < latijn apertus [bloot, onbedekt, open, openlijk, duidelijk], verl. deelw. van aperire [ontbloten, openen].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

apert (Latijn apertus)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

apert duidelijk 1401-1450 [MNW] <Latijn

Hosted by Meertens Instituut