Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

apathie - (wezenloosheid, desinteresse)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

apathie zn. ‘wezenloosheid, desinteresse’
Nnl. apathie ‘id.’ [1824; Weiland].
Ontleend aan Frans apathie < Latijn apathia < Grieks apátheia ‘ongevoeligheid’, gevormd uit → a- ‘niet, zonder’ en páthos ‘gevoel, passie’, zie → pathos.
apathisch bn. ‘wezenloos’. Nnl. apathische slaperigheid [1860; WNT vermijding I], naast ouder apathiek ‘id.’ [1847; WNT]. Ontleend aan Frans apathique, met vervanging door het Nederlandse achtervoegsel → -isch.

EWN: apathie zn. ‘wezenloosheid, desinteresse’ (1824)
ANTEDATERING: door apathie verhard geworden, stoicijn [1796; Van Alphen, 130]
EWN: ♦ apathisch bn. 'wezenloos' (1860)
ANTEDATERING: apathisch "onlijdelijk" [1836; WGysbeek]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

apathie [ongevoeligheid] {1829} < frans apathie < grieks apatheia [het afgestompt, gevoelloos zijn], van ontkennend a + -pathie.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

apathie ‘ongevoeligheid’ -> Indonesisch apati ‘ongevoeligheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

apathie ongevoeligheid 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut