Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

antwoord - (wederwoord, bescheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

antwoord zn. ‘wederwoord, bescheid’
Onl. andwarde ‘wederwoord’ [ca. 1100; Will.]; mnl. antworde [1220-40; CG II, Aiol]; hiernaast nog and-, incidenteel ook an-. Frequent is ook de spelling antwerde.
Zeer oude samenstellende afleiding (met een collectief-achtervoegsel) uit Proto-Germaans *and- ‘naar, tegen’ en *wurda-, waaruit → woord, dus met letterlijke betekenis ‘tegenwoord’. Het eerste lid is een voorvoegsel dat voor naamwoorden in alle Germaanse talen verdwenen is behalve in enkele relicten (waarvan dit de belangrijkste is), zie → anti-, het Griekse voorvoegsel waarmee het Indo-Europees identiek is; als werkwoordvoorvoegsel is het in de vorm → ont- productief geworden.
De vormelijke kant van dit woord is ietwat complex: os. andwordi (mnd. antworde, antwort); ohd. antwurti en antwurtī (mhd. antwürte); nhd. Antwort); ofri. ondward, -werd (nfri. antwurd, andert); oe. andwyrde; on. andyrdi; got. andawaurdi; dit wijst op pgm. *anda-wurdja-, met umlaut in het oe. en mhd., en medialisering (en rekking) voor -r- in het Middelnederduits en Middelnederlands. Een vergelijkbare vorming, met hetzelfde voorvoegsel maar met de stam van → zweren 1, is pgm. *anda-swar-, waaruit: os. antswōr ‘antwoord’; ofri. ands(w)er; oe. ondswaru (ne. answer); on. andsvar. Misschien zijn deze woorden wel ontstaan als leenvertaling van Latijn re-sponsio (bij het werkwoord spondēre ‘plechtig beloven’), zie → respons.
Voor een goed begrip van de situatie is ook mnl. antwerde ‘tegenwoordigheid, persoon’ van belang. Naast elkaar stonden mnl. antworde ‘antwoord’ (got. andawaurdi) en mnl. antwerde ‘tegenwoordigheid’ (got. andwairþi). Door ronding van -e- tot -o- na de -w- (zoals bij Nederlands worden naast Duits werden) vielen beide vormen samen: antworde kreeg zo twee betekenissen. Onder invloed van woord werd geleidelijk het onzijdig geslacht overgenomen en verdween de slot-e. Evenwel is in Zuid-Nederlandse dialecten tot op heden het vrouwelijk geslacht bewaard. Daarnaast bleef antwerde, ook met de twee betekenissen, nog een tijd lang bestaan. In de 17e eeuw is geleidelijk de situatie ontstaan met één vorm (antwoord) en twee betekenissen. In Zuid-Hollandse dialecten is ook in de 20e eeuw nog de zegswijze iemand iets in zijn antwoord zeggen ‘het in zijn gezicht, zijn aanwezigheid zeggen’ bekend.
antwoorden ww. ‘antwoord geven’. Mnl. antworden ‘id.’ [1237; CG I, 35], waarnaast ook reeds antworde gheven [1220-40; CG II, Aiol]. Afleiding van antwoord.

EWN: ♦ antwoorden ww. 'antwoord geven' (1237)
ANTEDATERING: onl. antworden 'antwoorden, van repliek dienen' [1151-1200; ONW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

antwoord* [bescheid] {antwo(o)rde [lett.: tegenwoord] 1220-1240} het eerste lid komt in het nl. nog slechts in dit woord voor, in het middelnl. bestond ook antwerp [tegen het water opgeworpen land, dam] (vgl. Antwerpen); het was algemeen germ.; daarbuiten latijn ante [voor], grieks anti [in plaats van, tegenover], oudindisch anti [tegenover, voor].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

antwoord znw.o., mnl. antwo(o)rde v. (o.?), vgl. os. andwurdi, audwordi, ohd. antwurti, ofri. ondwarde, antwerde, ontwert, ondert, onder, oe. ondwyrde, on. andyrði, got. andawaurdi. Samenstelling van het voorvoegsel ant- en een afleiding van woord (hier in de zin van wat gesproken wordt). — Het prefix heeft de betekenis ‘tegen’, het is als taalvormend element verdwenen, ook in de andere westgerm. talen (vgl. ne. answer en nhd. antlitz), maar leeft nog in fossielen voort zoals in de plaatsnaam Antwerpen ‘de plaats die tegenover de aanwas van de Schelde gelegen is’. — Voor dit voorvoegsel ant- vgl. os. oe. on. and-, mnd. ohd. ant-, got. anda-, maar daarnaast ook voorzetsel and ‘langs, over iets heen’. — lat. ante (< *anti) ‘voor’, gr. ánta, ántēn ‘tegenover’, ánti ‘tegen’, oi. anti bijw. ‘tegenover’, olit. anta ‘op, naar’, arm. ǝnd voorz. ‘voor’; idg. anti, anta (IEW 48-50).

Mnl. ook antwerde, antwaert zijn ontstaan onder invloed van het woord antwerde, antworde, antwoorde ‘tegenwoordigheid’ dat beantwoordt aan got. andwairþi o. ‘tegenwoordigheid, aangezicht, een ander woord, waarvoor zie: -waarts. — Naast antwoord staat os. antswor, oe. ondswaru, ofri. ondser(e), on. andsvar, vgl. on. svara ‘antwoorden’ got. swaran ‘zweren’, waarvoor zie: zweren.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

antwoord znw. o., mnl. antwo(o)rde v. (o.?). In het Nndl. o. onder invloed van woord I, vóór-mnl. ook onz. = ohd. antwurti o., zelden v. (nhd. antwort v.), os. andwurdi, andwordi o., ofri. ondwarde, antwerde, ontwert, onder(t) o. v., ags. ondwyrde, on. andyrði, got. andawaúrdi o. “antwoord”. De mnl. bijvorm antwerde, antwaert v. kan opgekomen zijn onder invloed van antwerde naast antwo(o)rde v. “tegenwoordigheid” (vgl. -waarts). Antwoord bestaat uit *anð(a) + een afl. van woord. De spelling ant- is phonetisch, niet etymologisch (vgl. etgroen). Een ander germ. woord voor “antwoord” is: os. antswôr m., ofri. ondsĕr(e) (m. o.?), ags. ondswaru v., on. andsvar o., uit *anð(a) + verschillende bij zweren I hoorende nomina. Het germ. prefix *anð(a)-, hier = “tegen”, bestaat in het Ndl. niet meer als zoodanig noch als afzonderlijk woord, en antwoord is de eenige rest. Uit ’t Mnl. vgl. nog o. a. antwerp m. “tegen water opgeworpen land” (vanwaar Antwerpen). Als verbaal- en nominaalprefix komt *anð(a)- over ’t heele germ. gebied voor = “tegen — in, tegenover” en daaruit ontstane bett.: onfr. ant-, ohd. ant-, os. and-, ofri. ags. ond-, on. and-, got. and- verbaal- en anda- nominaalprefix, bovendien got. and voorz. “langs, op, verbreid over”, os. and, ant “tot aan”. De got. vorm anda- wijst er op, dat *anð uit *anða is ontstaan, vgl. gr. ánta “tegenover”, oud-lit. anta, lit. añt “op, tot”. Hiernaast idg. *anti in lat. ante “vóór”, gr. antí “in bijzijn, in de nabijheid van, in plaats van”, oi. ánti “tegenover, vóór, in de nabijheid van”. Wellicht is ook arm. ənd althans in sommige bett. (“anti langs, tegenover, op — toe”) = *anti, *anta. Bij dit voorz. behooren nomina uit allerlei talen, misschien ook einde; deze zijn evenwel alle van ’t voorz. afgeleid en geen een is er waarvan *anti, a casus zouden kunnen wezen. Vgl. ont-.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

antwoord. Ofri. ondwarde, antwerde enz. wsch. vrouwelijk; ofri. ondsē̆r(e) (beter met ‘verantwoording’ te vertalen) kan ook vr. zijn. — On. andyrði o. mv. = ‘tegenspraak, tegenwerping’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

antwoord o., Mnl. antwoort, antwoorde, v., Os. andwordi, o. + Ohd. antwurti, v. en o. (Mhd. antwurt, v., antwurte, o. Nhd. antwort, v.), Ags. ondwyrde, Ofri. ondwarde, On. andyrdi, Go. andawaurdi, o., uit ant = tegen (z. ont) en een collect. van woord. Os., Ags., Ofri. en On. hebben ook een samenst. van ant met den stam van zweren (bv. Eng. answer).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

antwoord s.nw.
1. Reaksie, mondeling of skriftelik, n.a.v. wat iemand teenoor jou gesê het. 2. (regswetenskap) Verweerskrif. 3. Reaksie, anders as deur woorde, op 'n ander se handeling. 4. Uitkoms van 'n rekensom.
Uit Ndl. antwoord (al Mnl. in bet. 1, 1556 in bet. 2, 1784 - 1785 in bet. 3, 1900 in bet. 4), 'n verkorting van antwoorde, wat 'n afleiding is met ant- 'teen', 'n voorv. wat vroeër in W.Germ. gebruiklik was, en -e van woord, wat lett. 'gesamentlike teenwoorde', as kollektiewe benaming, beteken. Eerste optekening in vroeë Afr. op 21 Julie 1659 in die aanhaling "alle sulcx antwoorden" (Resolusies van die Politieke Raad, C.2).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

antwoord (in -- op) (vert. van Frans en réponse à)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Antwoord; hier bet. ant (evenals ont): tegen; Gr. anti.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

antwoord ‘bescheid’ -> Negerhollands antwoord, anturt ‘bescheid’; Sranantongo antwortu ‘bescheid’; Surinaams-Javaans antwor ‘bescheid; antwoorden’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

antwoord* bescheid 1100 [Willeram]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut