Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

antiek - (uit vroeger tijden afkomstig), (oude kunstvoorwerpen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

antiek bn. ‘uit vroeger tijden afkomstig’, zn. ‘oude kunstvoorwerpen’
Mnl. Sex antiqui stuferi ‘zes oude stuivers’[1486; MNW botdrager]; vnnl. antique (zn.) ‘de kunststijl van de Oudheid’ [1519; WNT Supp.], Antike oft over oude beelden ‘beelden uit de Oudheid’ [1564; WNT Supp.]. In algemenere betekenis: antijck “out, edel, costelijck, voornemelijck” [1553; Werve], een antiecq boecke [1656; WNT Supp.]. Ook als collectief zn. antiek ‘oude kunstvoorwerpen’ [1908; WNT Supp.].
Ontleend aan Frans antique ‘uit of betreffende de Oudheid’ [16e eeuw; Rey], eerder al in de algemene betekenis ‘zeer oud’ [14e eeuw; Rey], ouder antic [ca. 1180; Rey], ontleend aan Latijn antīquus ‘oud’ (later ook anticus), een afleiding van het voorzetsel ante ‘voor’, zie → anti-. In het Oudnederlands komt al een vorm e(i)ntisch ‘oud’ [10e eeuw; W.Ps.] voor, dat wrsch. ook op dit Latijnse woord teruggaat.
De uitgang -qu- in Latijn antīquus wordt wel toegeschreven aan de wortel pie. *h3kw-, nultrap bij de wortel *h3ekw- ‘zien’, zoals in → optiek, maar semantisch is dit moeilijk te verklaren.
In het Frans raakte de oorspr. algemene betekenis ‘oud’ in de 17e eeuw buiten gebruik, ten gunste van de specifieke betekenis ‘met betrekking tot de Oudheid’. Het is in deze betekenis dat het woord is overgenomen in het Nederlands, alwaar zich de omgekeerde ontwikkeling heeft voorgedaan: antiek is in betekenis verruimd tot ‘oud’, meestal met positieve bijbetekenis ‘van hoge (geldelijke of culturele) waarde’. Hoewel al in de 16e eeuw geattesteerd, dateren de meeste vindplaatsen van deze betekenis in het WNT pas uit eind 19e eeuw en later.
antiquair zn. ‘handelaar in antiek’. Nnl. antiquair ‘oudheidkenner, archeoloog’ [1660; WNT Supp.], ‘handelaar in oude kunstvoorwerpen’ [1895; WNT Supp.]. Genoemde oudste en nog enkele andere 17e-eeuwse vindplaatsen staan geïsoleerd en zijn ontleend aan Frans antiquaire ‘archeoloog’ [1568; Rey] < Latijn antīquārius ‘liefhebber van oude literatuur’, afleiding van antiquus. De moderne betekenis is ontstaan in het Duits: Antiquarius [1727; Rey], later Antiquar ‘handelaar in oude kunstvoorwerpen en boeken’ [voor 1850; Rey]. Gezien de Nederlandse spelling, de uitspraak met /k/ en de betekenis is dit woord (namelijk géén ‘handelaar in oude boeken’) daarna toch weer via het Frans in het Nederlands terechtgekomen. ♦ antiquaar zn. ‘handelaar in oude boeken, handschriften, kaarten e.d.’. Nnl. antiquaar [1870; WNT Supp.], met uitspraak /kw/. Ontleend aan Duits Antiquar ‘handelaar in oude kunstvoorwerpen en boeken’. ♦ antiquariaat zn. ‘bedrijf van een antiquaar’. Nnl. antiquariaat ‘id.’ [1883; WNT Supp.]. Ontleend aan Duits Antiquariat ‘id.’ [1800-50; Pfeifer], waarvan de betekenis in het Duits zelf is ontstaan, maar de woordvorm ontleend is aan (nu verouderd) Frans antiquariat ‘kennis van antieke kunstvoorwerpen’, afleiding van antiquaire.
Lit.: L. De Grauwe (1980-81) ‘Zu einigen Paronymen mit and-/end- im Deutschen und Niederländischen’, in: Studia Germanica Gandensia 21, 247-269, hier 261; Grauwe 1982, 219 e.v

EWN: ♦ antiquair zn. ‘handelaar in antiek’; de betekenis 'handelaar in oude voorwerpen' (1895)
ANTEDATERING: "Antiquairs" 'handelaren in oude schilderijen en meubelen' [1853, Taelverbond, 183]
EWN: ♦ antiquaar zn. ‘handelaar in oude boeken, handschriften, kaarten e.d.’ (1870)
ANTEDATERING: antiquaren 'handelaren in oude boeken' [1842; Nieuwsblad BKW 1/7]
EWN: ♦ antiquariaat zn. ‘bedrijf van een antiquaar’ (1883)
ANTEDATERING: modern antiquariaat [1864; iWNT]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

antiek [afkomstig uit de Griekse of Romeinse Oudheid, afkomstig uit oude tijden] {antike 1564} < frans antique < latijn antiquus [oud, van vroeger], van ante [voor].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

antiek bnw., betekent eigenlijk ‘oudgrieks, oudromeins’, ontleend uit fra. antique. In kunsthistorische zin afkomstig van franse opleving der kunsthistorische studiën, zoals van graaf Caylus. Het woord kwam in de 18de eeuw in gebruik.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

antiek b.nw.
1. Baie oud, uit die ou tyd. 2. Uit die Griekse en Romeinse oudheid.
Uit Ndl. antiek, ook antike (1564).
Ndl. antiek, antike uit Fr. antique uit Latyn antiquus 'oud, van vroeër', met lg. van ante 'voor'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

antiek (Frans antique)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Antiek (van ’t Lat. antiquus = oud). Onder de “Ouden” moet men hier verstaan de Grieken en Romeinen; bijv. de antieke kunst = de kunst der Ouden of de Grieksche en Romeinsche kunst; een antieke vaas = een vaas uit de oudheid. Ook zegt men wel schertsend: een antieke hoed, voor: een ouderwetsche hoed. – Afleidingen zijn: antiquiteiten = oudheden; antiquaar = een kenner van of een handelaar in oudheden; ook een handelaar in oude boeken (nl. tweedehandsche boeken).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

antiek ‘afkomstig uit oude tijden’ -> Indonesisch antik ‘afkomstig uit oude tijden; versierd; excentriek; (kinderen) levendig, lief; codewoord voor pornografische film’; Jakartaans-Maleis antik ‘oud en mooi’; Madoerees antik ‘afkomstig uit oude tijden’; Menadonees antik ‘afkomstig uit oude tijden’; Papiaments antik ‘afkomstig uit oude tijden’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

antiek afkomstig uit de Griekse of Romeinse Oudheid, afkomstig uit oude tijden 1553 [Vd Werve] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut