Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

animositeit - (vijandigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

animositeit zn. ‘vijandigheid’
Vnnl. animositeyt “gehertheyt oft manlijcheyt”, ‘moed’ [1553; Werve], animositeyten ende jalousiën (mv.) ‘vijandschap’ [1660; WNT].
Ontleend aan Frans animosité ‘moed, geestdrift’ [15e eeuw; Rey], ‘vijandigheid’ [16e eeuw; Rey], ontleend aan Latijn animōsitās, afleiding van animōsus ‘moedig, trots’, afleiding met het achtervoegsel -ōsus ‘vol van’ van het zn. animus, anima ‘ziel, adem’, zie → animo.
De betekenis ‘vijandigheid’ heeft zich in het Laatlatijn ontwikkeld. In het Frans, en daardoor ook het Nederlands, is ze ontleend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

animositeit [vijandigheid] {1553 in de betekenis ‘moedig’; de huidige betekenis 1660} < frans animosité < latijn animositatem, 4e nv. van animositas [geestdrift, moed, eerzucht, vijandschap], van animosus [moedig, trots, hartstochtelijk], van animus (vgl. animo) + het achtervoegsel -osus [vol van].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

animositeit vijandigheid 1660 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut