Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

angora - (zoogdier (kat, geit, konijn e.d.) met lange zijdeachtige haren; wol van deze dieren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

angora zn. ‘zoogdier (kat, geit, konijn e.d.) met lange zijdeachtige haren’
Nnl. gaarens ... van Angora [1724; WNT verslimmeren], de Kat van Angora, die het langste Hair van allen heeft [1765; WNT kat I], stam van angora ‘angorawol’ [1821; WNT Supp.], Angorakonijn [1856; WNT zijde II], Angorahaar [1863; Kramers]; als verkorting angora ‘angorageit’? [1936; WNT verband], ‘angorakonijn’ [1944; WNT Supp.]. Daarnaast ook als bn. angorasche poes [1809; WNT; winteravond], angorische geit [1863; Kramers].
Angora is de oude, in West-Europa gebruikelijke naam (< Latijn Ancyra < Grieks angura) voor de nu Turkse stad Ankara.
In het gebied rondom deze stad werden geiten gefokt met fijne, dunne vachtharen, waar angorawol van werd gemaakt. Vandaar werd de naam angora overgebracht op konijnen en katten met hetzelfde type haar.
Lit.: Sanders 1995

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

angora [wol] {1821} genoemd naar Angora, de oude naam van Ankara < latijn Ancyra < grieks Agkura [anker]; de stad zou door koning Midas zijn gesticht, die daar een anker zou hebben gevonden. De stad was vanouds een stapelplaats van wol.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

angorabok s.nw.
Boerbokvariëteit met geelwit, gekartelde syhare.
Uit Eng. angora goat (1774), met vertaling van die tweede lid deur Afr. bok, of samestelling van angora en bok, met angora uit Ndl. angora (1821) 'wol' of as eerste lid van die samestelling angora-geit (1843).
Eng. angora en Ndl. angora uit Fr. angora, met lg. na Angora, vroeëre benaming van Ankara, voormalige hoofstad van Turkye. Hierdie boerbokvariëteit is teen 1840 deur kolonel Henderson, 'n Britse offisier uit Indië, na S.A. ingevoer.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

De angorakat wordt gekenmerkt door zijn lange, zachte haren. De naam is voor het eerst gesignaleerd in het Frans, in de late 18de eeuw. Vermoedelijk dankt de kat zijn naam aan de overeenkomst van zijn haren met de vacht van de witte, langharige angorageit, die angorawol levert. Die geit is op haar beurt genoemd naar de plaats van herkomst: Angora, tegenwoordig Ankara, de hoofdstad van Turkije. Volgens sommige bronnen zou echter ook de angorakat uit Klein-Azië afkomstig zijn. In elk geval is angora een algemene aanduiding geworden voor diverse langharige huisdieren, waarvan de fraaie angorakonijnen, die ook angorawol leveren, wel de bekendste zijn.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

angora wol 1821 [WNT] <Frans

angorakat kattensoort 1770 [Papillon]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal