Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

angisa - (hoofddoek zoals gedragen door Creoolse vrouwen)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

angi’sa (de, -’s), hoofddoek zoals gedragen door Creoolse* vrouwen. De eerste angisa’s werden gevouwen zonder gebruik te maken van naaispelden, doch naarmate er meer variaties kwamen, waarbij de vrouwen elkaar in vindingrijkheid overtroffen, moesten de plooien gespeld worden (Enc.Sur. 25). - Etym.: S. - Zie ook: féda*, frans’ede*, kosjoe* (1), lont’ede*, otobaka*, pawtere*, proisi* (= pruiser*ede), tompi*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut