Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

angelica - (volksnaam of oude naam voor engelwortel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

angelica [orgelregister] {1795} verkort uit latijn vox angelica, vox [stem], angelica, vr. van angelicus [van de engelen], van angelus [engel], naar de lieflijke klank van dit register, (de stem) van de engelen, genoemd.

Thematische woordenboeken

H. Kleijn (1970), Planten en hun naam: Een botanisch lexicon voor de Lage Landen, Amsterdam

Angélica | Angélica sylvéstris: Engelwortel
De geslachtsnaam komt van het Latijnse angelus: engel, omdat, zo beweerde men, dit kruid als geneeskruid door een engel aan de lijdende mensheid aangewezen werd. Volgens een andere legende was het aartsengel Raphaël die deze mededeling deed aan een kluizenaar en wel om het te gebruiken tegen de pest.
Naast deze, op vochtige plaatsen zoals moerassen en graslanden, algemeen voorkomende soort, kennen we nog de zeldzamere Grote engelwortel (A. archangélica). Deze laatste wordt wel het meest gebruikt voor medische doeleinden.
Het onderstaande leerdicht uit Hondius’ Moefeschans, slaat eveneens op deze soort.
Als de peste door het landt
Henen loopt, en Godes handt
Op der aerden is verheven;
Doe elck een saetgen geven,
Dach voor dach om op te vasten,
Vand’ oprechte Angelica:
Als ons boden ende gasten
Volgen oock de reste na.
De landelijke bevolking zal wel geen onderscheid gemaakt hebben tussen de twee soorten, te meer omdat voor de Grote engelwortel geen aparte volksnaam wordt opgegeven. We zullen dan ook verder geen onderscheid maken. Dat Angelica niet in de Capitulate de villis is opgenomen, zal wel komen doordat de Engelwortels geen planten zijn van Zuid-Europa. Hun areaal ligt veel noordelijker. Dit is ook de reden dat we bij de Ouden geen beschrijvingen of aanduidingen omtrent deze planten aantreffen. Gezien het gebruik bij pestepidemieën en de faam als geneesmiddel is het niet verwonderlijk bij L. Fuchs (1543) de naam Heilich geestwortel tegen te komen. Eensluidende namen komen in het buitenland voor: Frankrijk, Herbe du Saint Esprit, Engeland, Holy Ghost, en in Duitsland Heiliggeistwurz bij Tabernaemontanus, en bij Bock (1539) Heiligengeistwurzel. Vanwege de beweerde kracht van de wortel werd een aftreksel in kloosterwijnen verwerkt en werd toentertijd genoemd Radix Sancti Spiritus, hetgeen eveneens Heilige-geestwortel beduidt.
Dat ook bij andere ziekten of kwalen de Engelwortel gebruikt werd, kunnen we opmaken uit de oude volksnaam van Borstwortel, namelijk bij borstkwalen en als slijmoplossend middel. Thee, getrokken uit de bladeren, zaden en de wortel, werkten maagversterkend en verder ook nog zweet- en urineafdrijvend. In de homeopathie is de angelica geen onbekende. De overige namen die we bij Heukels opgesomd vinden, geven geen aanleiding tot een verdere uitleg.
Volledigheidshalve volgt hieronder een lijstje der namen; Engelkruid, Ingelewaertel in Friesland, Cleine angelica, Waterangelica, Wilde angelica, Wilde engelwortel en Wild engelkruid. Zoals van de stengels van het Fluitekruid, maken de kinderen ook van de stengel van de Engelwortel fluitjes.
Vroeger was het niet ongewoon om de tot poeder gewreven zaden te gebruiken als een soort insekticide, tegen ongedierte op het hoofd. De zaden bevatten namelijk een etherische aromatische olie.

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Angélica L. [C. Linnaeus], - vr. vorm van Lat. angelĭcus (van Lat. angĕlus = Gr. angĕlos, bode, bij uitbreiding bode Gods, engel), van een engel afkomstig: door een engel aangewezen plant. - Volgens een oude legende zou de aartsengel Raphăël den mensch bekend hebben gemaakt met de geneeskrachtige eigenschappen der sindsdien Angelĭca genoemde plant, welke in de Middeleeuwen o.a. gebezigd werd als geneesmiddel tegen de haastige ziekte, d.i. de pest. - De aartsengel Raphaël heeft meer geneesmiddelen aangewezen. Vgl. het boek Tobīa in de Heilige Schrift, waar verhaald wordt, hoe de oude, vrome Tobīa, blind geworden door de “heete drek eener zwaluw”, hem uit haar nest in de oogen gevallen, weer ziende werd door zijn oogen intesmeren met de gal van een door zijn zoon op Raphaëls aansporing gevangen grooten visch, welke gal door dien aartsengel werd aangewezen als een goede zalf tegen blindheid. - Zie ook Carlīna.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal